ECLI:NL:RVS:2014:1619
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- R.J.J.M. Pans
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en bevestiging van vergunningvoorschriften inzake geur- en rookhinder bij afvalverwerkingsinrichting
Bij besluit van 23 augustus 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders twee voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning van een afvalverwerkingsinrichting, waarbij verzoeken tot nadere voorschriften deels werden afgewezen. De rechtbank Limburg vernietigde dit besluit gedeeltelijk en voegde zelf een voorschrift toe over het vochtgehalte van te verbranden biomassa.
In hoger beroep betoogde een appellant dat het door de rechtbank toegevoegde voorschrift buiten de geschilomvang viel en niet noodzakelijk was. De Afdeling oordeelde dat het voorschrift wel binnen de geschilomvang viel, maar dat het college in redelijkheid kon besluiten dat het voorschrift niet noodzakelijk was. Verder werd geoordeeld dat het voorschrift over de emissiehoogte niet leidde tot het verlaten van de grondslag van de vergunningaanvraag.
Daarnaast werd het verzoek om een voorschrift over de verbrandingstemperatuur verworpen omdat bestaande voorschriften voldoende waarborgen boden. Ook werd geoordeeld dat nader geuronderzoek niet nodig was omdat de vermeende bronnen van geurhinder niet relevant waren of voldoende werden beperkt.
Ten aanzien van geurnormen werd het college in redelijkheid toegestaan om geen specifieke normen te stellen voor de bescherming van werknemers, mede gelet op beleidsvrijheid en de situering op een industrieterrein. Het beroep op het provinciaal milieubeleidsplan Limburg werd verworpen omdat dit plan geen concrete normen bevatte.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellant sub 1 ongegrond en dat van appellant sub 2 gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het beroep van appellant sub 1 betrof, verklaarde het beroep van appellant sub 1 ongegrond en bevestigde de rest van de uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant sub 2 terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard, dat van appellant sub 2 gegrond, met gedeeltelijke vernietiging en bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.