ECLI:NL:RBGEL:2025:196
Rechtbank Gelderland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek weigering gemachtigde wegens vermeende AVG-schending in WOZ-zaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van de WOZ-waarde van onroerende zaken en de daarbij behorende aanslagen onroerendezaakbelasting. Tijdens de zitting verzocht de heffingsambtenaar de rechtbank om de gemachtigde van belanghebbende te weigeren wegens ernstige bezwaren, gebaseerd op het feit dat de gemachtigde in andere procedures ongeanonimiseerde persoonsgegevens van derden, waaronder medewerkers van gemeenten, zou hebben gebruikt zonder toestemming, wat volgens de heffingsambtenaar een schending van de AVG inhoudt.
De rechtbank heeft overwogen dat het verzoek tot weigering een uiterste maatregel is die alleen kan worden toegepast bij gedragingen die ernstige schade toebrengen aan de rechtsbedeling. De rechtbank heeft de aanvullende stukken van de heffingsambtenaar niet betrokken omdat deze niet tijdig waren ingebracht en geen nieuwe relevante gedragingen bevatten. De rechtbank concludeert dat het niet anonimiseren van namen van medewerkers van andere gemeenten, zonder toestemming, niet leidt tot ernstige bezwaren die weigering rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukt dat de AVG de bescherming van natuurlijke personen beoogt en dat de heffingsambtenaar zelf geen betrokkene is in deze context. Bovendien is niet gebleken dat het handelen van de gemachtigde schade toebrengt aan de belangen van belanghebbende of de behoorlijke rechtsbedeling in gevaar brengt. Het verzoek tot weigering wordt daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen zelfstandig rechtsmiddel open, maar kan hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om de gemachtigde te weigeren af wegens onvoldoende ernstige bezwaren.