Uitspraak
1.Geding in cassatie
2. Beoordeling van de middelen
Kern van de zaak
De cassatiemiddelen zijn gericht tegen deze beslissing van de Rechtbank.
Hoge Raad
Belanghebbende, een B.V., werd in een bestuursrechtelijke procedure vertegenwoordigd door een gemachtigde die zich stelselmatig grievend en respectloos uitliet tegenover de wederpartij, de rechtspraak en een individuele rechter. De Rechtbank Gelderland besloot daarom de gemachtigde te weigeren op grond van artikel 8:25, lid 1, Awb, omdat het taalgebruik ernstige bezwaren tegen zijn persoon opleverde.
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 8:25 Awb Pro voorziet in een uiterste maatregel om gemachtigden te weigeren die door hun gedrag ernstige schade kunnen toebrengen aan een behoorlijke rechtsbedeling. Dit omvat ook gedrag dat het gezag van de rechtspraak aantast. De weigering moet beperkt blijven tot de zaak en instantie waarin de bezwaren zich voordoen.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank voldoende en begrijpelijk heeft gemotiveerd waarom het taalgebruik van de gemachtigde ernstige bezwaren oplevert. Klachten over schending van het VWEU en het Handvest van de grondrechten worden verworpen zonder nadere motivering. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de weigering van de gemachtigde wegens ernstige bezwaren op grond van stelselmatig grievend taalgebruik.