ECLI:NL:RBGEL:2025:2757
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op AIO-aanvulling wegens buitenlands vermogen boven vermogensgrens
De zaak betreft de intrekking en terugvordering door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van de AIO-aanvulling die aan eiser en zijn echtgenote was toegekend per 12 oktober 2022. De SVB stelde vast dat het buitenlandse vermogen van eiser boven de geldende vermogensgrens lag, waardoor het recht op de AIO-aanvulling verviel. Eiser betwistte dit, met name de wijze van vermogensvaststelling en het meenemen van een schuld aan de SVB.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet langer betwist dat zijn buitenlands vermogen boven de vermogensgrens ligt en erkende dat de schuld aan de SVB niet bij de vermogensvaststelling per 12 oktober 2022 betrokken kan worden. De rechtbank wees erop dat de interingsnorm niet van toepassing is omdat er geen sprake was van daadwerkelijk interen op het vermogen. Daarnaast werd vastgesteld dat de SVB niet verwijtbaar heeft gehandeld; zij had eiser duidelijk geïnformeerd over de noodzaak van een taxatierapport en had hem voldoende gelegenheid gegeven dit aan te leveren.
Eiser verscheen niet op de zitting, maar zijn gemachtigde was aanwezig. De rechtbank concludeerde dat de SVB terecht de AIO-aanvulling heeft ingetrokken en teruggevorderd over de periode van 12 oktober 2022 tot en met juli 2023. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en proceskosten werden niet vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wegens vermogen boven de vermogensgrens.