ECLI:NL:CRVB:2015:3191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking aanvullende bijstand wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving vanaf juli 2009 aanvullende bijstand en vanaf januari 2010 een AIO-aanvulling. De Sociale verzekeringsbank (Svb) trok deze bijstand in per 24 juli 2009 vanwege overschrijding van de vermogensgrens door bezit van meerdere appartementen in Turkije, waarvan appellante niet volledig had gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het bestreden besluit vernietigd moet worden omdat de grondslag ervan niet langer gehandhaafd kan blijven. De Raad stelt vast dat appellante gedurende de te beoordelen periode vermogen had boven de vrij te laten grens en dat de Svb het recht op bijstand terecht op nihil heeft gesteld.
De Raad overweegt dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij recht op bijstand zou hebben gehad over enige periode indien zij het bezit van de appartementen en de overdrachten had gemeld. De overschrijding van de vermogensgrens was niet relatief gering, waardoor terugvordering niet onevenredig is. De Raad veroordeelt de Svb tot vergoeding van de proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.