ECLI:NL:RBGEL:2025:279
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum IVA-uitkering op grond van motie Raemakers en nieuw gebleken feiten
Eiser heeft een IVA-uitkering aangevraagd op grond van de Wet WIA vanwege ME/CVS-klachten die hij sinds 2005 heeft. Het UWV kende hem een IVA-uitkering toe met ingang van 13 januari 2022, de datum van zijn melding op basis van de motie Raemakers. Eiser vorderde echter een terugwerkende kracht van de uitkering tot 23 februari 2007, het einde van zijn wachttijd, omdat destijds zijn aandoening niet werd erkend.
De rechtbank onderzocht of het UWV terecht vasthield aan de ingangsdatum van 13 januari 2022. Uit het medisch dossier en rapporten bleek dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen. De motie Raemakers en de brief van de Minister voor Medische Zorg van 5 maart 2020 verplichten het UWV niet tot actieve benadering van eiser voor herbeoordeling.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag van 13 januari 2022 als een herhaalde aanvraag moet worden gezien en dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld. Hoewel het motiveringsbeginsel in eerste aanleg niet volledig werd nageleefd, was dit niet nadelig voor eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; de IVA-uitkering gaat in per 13 januari 2022 en niet met terugwerkende kracht.