ECLI:NL:CRVB:2010:BL3975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de aanvraag afwees wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds 23 februari 2007.
De rechtbank Arnhem vernietigde het besluit van 24 mei 2007 vanwege het ontbreken van een hoorzitting, maar handhaafde het besluit inhoudelijk na zorgvuldige beoordeling van medische rapportages en arbeidskundige analyses. De rechtbank vond de geselecteerde functies passend en oordeelde dat appellant in staat was deze uit te oefenen zonder verlies van verdiencapaciteit van 35% of meer.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraken van de rechtbank. De Raad vond de medische en arbeidskundige rapportages, waaronder die van bezwaarverzekeringsarts Gommers, voldoende om te concluderen dat er geen toename van arbeidsongeschiktheid was, ondanks de door appellant aangevoerde chronische vermoeidheidsklachten en knieproblemen.
De Raad wees erop dat de functionele beperkingen, en niet de diagnoses zelf, bepalend zijn voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid. De Raad achtte de motivering van het Uwv toereikend en zag geen reden om de eerdere beslissingen te vernietigen of te wijzigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.