De gemeente Ede heeft aan eisers twee dwangbevelen betekend tot invordering van geldbedragen vanwege overtredingen van het bestemmingsplan, waaronder permanente bewoning van een recreatiewoning en aanwezigheid van een illegale schuur. Eisers vorderen in kort geding dat de tenuitvoerlegging van deze dwangbevelen wordt geschorst totdat onherroepelijk is beslist in een civiele bodemprocedure en een strafrechtelijke 12 Sv-klachtprocedure.
De voorzieningenrechter overweegt dat geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen meer openstaan tegen de besluiten en dat de gemeente een in redelijkheid te respecteren belang heeft bij handhaving. Er is geen sprake van een duidelijke juridische of feitelijke misslag of een noodtoestand die schorsing rechtvaardigt. Het financiële belang van eisers weegt niet op tegen het handhavingsbelang van de gemeente.
Eisers' stelling dat de gemeente een wraakactie voert wordt niet onderbouwd. De formele rechtskracht van de besluiten betekent dat de rechter in kort geding moet uitgaan van de juistheid ervan. De vordering tot opschorting wordt daarom afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.