Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , in [plaats] , belanghebbende
Inleiding
- namens belanghebbende de gemachtigde en [persoon A] ;
- namens de inspecteur [persoon B] en [persoon C] ;
- namens de Staat [persoon D] .
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- Heeft de inspecteur de hoorplicht in bezwaar geschonden?
- Dient met herstelde schade rekening te worden gehouden?
- Is naheffing na het belastbare feit toegestaan?
- Is het Unierecht geschonden doordat voor geïmporteerde auto’s en auto’s op de binnenlandse markt op verschillende momenten belasting moet worden betaald?
- Is de onderhavige belastingcontrole in zichzelf een belemmerende factor, en daarmee in strijd met het Unierecht?
- Heeft de inspecteur het verdedigingsbeginsel en/of het beginsel van equality of arms geschonden?
- Moet het DRZ-rapport buiten beschouwing blijven, omdat DRZ ten opzichte van de inspecteur niet onafhankelijk is en/of vanwege inhoudelijke gebreken?
- Is de 72%-regeling in strijd met het Unierecht?
- Moet de rechtbank prejudiciële vragen stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie)?
- Heeft belanghebbende recht op een integrale proceskostenvergoeding?
- Heeft belanghebbende recht op restitutie van het griffierecht met rente?
- de expertise heeft slechts een halfuur geduurd;
- met de opgegeven schades voldoet de auto niet aan de eisen van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de deskundige stelt dat dit wel het geval is;
- in de taxatie zijn niet alle opties goed in de koerslijst verwerkt;
- er is sprake van essentiële gebreken maar is wel goedgekeurd bij de RDW;
- de handelsinkoopwaarde is niet gemotiveerd, deze volgt niet logisch uit de koerslijstwaarde en de schadecalculatie, ongemotiveerd is (kennelijk) 84% van de schade afgetrokken;
- de inkoopfactuur is niet bijgevoegd.
Wie stelt motorschade vast?
Hoe ziet het met overige opgevoerde schade aan de elektronica of motor? U heeft zelf
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500 aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.000 aan belanghebbende;
- veroordeelt de inspecteur en de Staat in de proceskosten, elk tot een bedrag van € 226,75;
- draagt de inspecteur en de Staat op elk de helft van het betaalde griffierecht van € 184 aan belanghebbende te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag nadat vier weken zijn verstreken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, tot aan de dag van algehele voldoening.