ECLI:NL:RBGEL:2025:5298
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling winstuitdeling lening aan zoon na faillissement
Belanghebbende, enig aandeelhouder van een BV, had in 2006 een lening verstrekt aan zijn zoon, die in 2015 failliet werd verklaard en toegelaten tot de WSNP. De BV had haar vordering op de zoon in 2014 afgewaardeerd, maar de Belastingdienst accepteerde dit niet en stelde een winstuitdeling vast in 2018.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een onttrekking of uitdeling in 2018, omdat de BV de vordering niet formeel heeft prijsgegeven en het stilzitten na de slotuitdelingslijst niet als prijsgeven kan worden beschouwd. De lening had het vermogen van de BV pas in 2018 definitief verlaten door de faillissementsafwikkeling, maar dit betekent niet automatisch een winstuitdeling.
De rechtbank volgt het arrest van de Hoge Raad van 13 januari 2023 en stelt het belastbaar inkomen van belanghebbende lager vast. De aanslag en de belastingrente worden verminderd, en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2018 wordt verminderd wegens onterecht aangenomen winstuitdeling.