Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van
[eiser], uit [woonplaats], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, Backoffice BPM, de inspecteur,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- Is naheffing na het belastbare feit toegestaan?
- Is het Unierecht geschonden doordat voor geïmporteerde auto’s en auto’s op de binnenlandse markt op verschillende momenten belasting moet worden betaald?
- Heeft de inspecteur het verdedigingsbeginsel en/of het beginsel van equality of arms geschonden?
- Mag in elke situatie worden vergeleken met ex-rentalauto’s?
- Moet de rechtbank prejudiciële vragen stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie)?
- Moet er extra leeftijdskorting worden toegepast?
- Is te veel belasting geheven als gevolg van de overgang van de NEDC- naar de WLTP-rekenmethode?
- Dient er een correctie voor de markt- en dealersituatie plaats te vinden?
- Heeft belanghebbende recht op een integrale proceskostenvergoeding?
- Heeft belanghebbende recht op restitutie van het griffierecht met rente?
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur en de Staat gezamenlijk tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 3.000 aan belanghebbende;
- veroordeelt de inspecteur en de Staat, ieder voor de helft, in de proceskosten tot een bedrag van € 453,50;
- draagt de inspecteur en de Staat op beiden de helft van het betaalde griffierecht van € 184 aan belanghebbende te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag nadat vier weken zijn verstreken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, tot aan de dag van algehele voldoening.