AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toepassing correctiefactoren bijstelling marktsituatie en dealersituatie in koerslijst EurotaxGlass’s voor bpm-heffing gebruikte auto
In deze zaak staat centraal of de correctiefactoren 'bijstelling marktsituatie' en 'bijstelling dealersituatie' uit de koerslijst EurotaxGlass’s mogen worden toegepast bij de heffing van bpm voor een gebruikte auto, nadat de aanbieder van de koerslijst vanaf 4 oktober 2021 de mogelijkheid tot toepassing van deze factoren heeft geschrapt en een disclaimer heeft geplaatst.
Belanghebbende deed op 2 juli 2018 aangifte bpm voor een gebruikte Nissan Qashqai en gebruikte daarbij de taxatiemethode. De Inspecteur stelde de handelsinkoopwaarde vast met de koerslijst EurotaxGlass’s zonder toepassing van de correctiefactoren, wat leidde tot een naheffingsaanslag. De Rechtbank wees het beroep van belanghebbende toe op basis van een forfaitaire afschrijving, maar wees de toepassing van de correctiefactoren af wegens gebrek aan onderbouwing. Het Hof bevestigde dit oordeel, verwijzend naar de disclaimer en het gewijzigde beleid van EurotaxGlass’s.
In cassatie betoogt belanghebbende dat het Hof ten onrechte het recht op toepassing van de correctiefactoren ontzegt, omdat bij de aangifte deze factoren nog zonder nadere bewijsvoering mochten worden toegepast. De Procureur-Generaal concludeert dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting hanteert en dat belanghebbende ook in hoger beroep zonder nadere onderbouwing op de correctiefactoren mocht blijven beroepen, mits de aangifte vóór 4 oktober 2021 is gedaan en de koerslijstmethode wordt toegepast. Tevens moet de Inspecteur bij het opleggen van een naheffingsaanslag de correctiefactoren uit eigen beweging toepassen indien hij de koerslijstmethode hanteert en over de juiste koerslijst beschikt.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het beroep in cassatie gegrond moet worden verklaard en de naheffingsaanslag dienovereenkomstig moet worden verminderd, waarbij de correctiefactoren een reductie van circa 15% op de handelsinkoopwaarde betekenen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en bepaalt dat de correctiefactoren bij de koerslijstmethode zonder nadere onderbouwing mogen worden toegepast voor aangiften vóór 4 oktober 2021.
Voetnoten
2.Het Hof vermeldt onder 2.3.1 dat deze waarde is gebaseerd op de Eurotax XchangeNet. Zie ook punt 3 van de uitspraak van de Rechtbank. De koerslijst Eurotax XchangeNet is een andere benaming voor de koerslijst EurotaxGlass’s, zodat deze benamingen voor zover hier van belang inwisselbaar zijn. Vanuit het oogpunt van consistentie noem ik de koerslijst in deze conclusie: EurotaxGlass’s, onder meer omdat dit het opschrift is van de koerslijstuitdraai waarop zowel belanghebbende als de beoordelaar van DRZ de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat hebben bepaald. Ik merk op dat belanghebbende bij de aangifte een oudere uitdraai heeft gebruikt, zodat zijn handelsinkoopwaarde (€ 9.124) hoger uitvalt dan die van de beoordelaar van DRZ (€ 9.009).
3.Rechtbank Den Haag 28 oktober 2021, SGR 21/1379 en 21/1381, niet gepubliceerd op rechtspraak.nl.
5.Het geschil in cassatie beperkt zich tot het oordeel van het Hof over het subsidiaire standpunt van belanghebbende in hoger beroep. Verderop in deze conclusie komt het primaire standpunt van belanghebbende nog zijdeling aan bod. Zie 4.7.
10.Kennisgroep auto van 24 november 2022, KG:013:2022:6, Toepassing koerslijst EurotaxGlass’s en de daarin opgenomen schuifjes ‘marktsituatie handelaar’ en ‘marktsituatie’.
12.Kennisgroep auto van 24 november 2022, KG:013:2022:6, Toepassing koerslijst EurotaxGlass’s en de daarin opgenomen schuifjes ‘marktsituatie handelaar’ en ‘marktsituatie’.
16.Zie onderdeel 2 van de gemeenschappelijke bijlage voor een uitgebreide bespreking van het wettelijke systeem van de afschrijvingsmethoden.
17.De forfaitaire afschrijvingstabel van art. 10(6) Wet BPM laat ik hier buiten beschouwing.
18.Zie onderdeel 4.8 en 4.9 van de gemeenschappelijke bijlage.
20.Zie onderdeel 4.10 van de gemeenschappelijke bijlage.
22.Zie onderdeel 4.11 van de gemeenschappelijke bijlage.
25.Zie ook onderdeel 2.15 van de gemeenschappelijke bijlage.
26.Kamerstukken II 2014/15, 34002, nr. 3, p. 31 en 64; vgl. HR 2 februari 2024, nr. 22/00653, ECLI:NL:HR:2024:147, r.o. 3.2.3. 27.Vgl. ECLI:NL:HR:2024:147, r.o. 3.3.1. Zie ook onderdeel 2.15 van de gemeenschappelijke bijlage. 28.De Rechtbank en het Hof hebben dit niet met zoveel woorden vastgesteld, maar de stukken van het geding, in het bijzonder de vooraankondiging van de naheffingsaanslag bpm van 26 september 2018, laten geen andere conclusie toe.
30.Vgl. HR 18 maart 2016, nr. 14/04111, ECLI:NL:HR:2016:422; HR 18 maart 2016, nr. 14/04112, ECLI:NL:HR:2016:421. Zie onderdeel 2.20 e.v. van de gemeenschappelijke bijlage. Voor het vaststellen van de juistheid van de vermindering is in dit geval geen (tweede) controle van het voertuig nodig. 32.Zie voetnoot 2 van de conclusie van dupliek.
33.Belanghebbende heeft deze stelling overigens ook al in beroep ingenomen, maar de Rechtbank verklaarde deze tardief.
35.Conclusie van repliek, p. 2 en 3.
37.Ik breng in herinnering dat Eurotax vanaf deze datum de disclaimer heeft opgenomen en dat het vanaf deze datum niet langer mogelijk is de bijstellingen toe te passen. Dit brengt uiteraard mee dat de inspecteur vanaf deze datum de correctiefactoren niet uit eigen beweging
38.Het Hof vat het betoog van belanghebbende aldus op dat de handelsinkoopwaarde inclusief correcties uitkomt op € 7.657 (zie punt 5.2.1. van de bestreden uitspraak). Dit is onjuist, aangezien de door de inspecteur berekende handelsinkoopwaarde deels bestaat uit een bedrag aan opties (€ 93). De correcties dienen te worden toegepast op de handelsinkoopwaarde exclusief opties. Dit leidt tot een handelsinkoopwaarde van € 7.671, namelijk: (9.009 – 93) * 0,85 + 93.
39.Zie p. 3 van het hogerberoepschrift van belanghebbende.