Belanghebbende heeft meerdere schenkingen ontvangen, waaronder aandelen in een BV waarin een NSW-landgoed is ondergebracht. De BV kwalificeert fiscaal als transparant. De inspecteur legde aanslagen schenkbelasting op, waarbij de waarde van het NSW-landgoed voor de invorderingsvrijstelling op nihil werd gesteld, wat volgens belanghebbende tot een negatieve waarde van de aandelen leidt.
De rechtbank stelt dat de Successiewet vereist dat eerst per schenking het belastbare bedrag wordt vastgesteld, en dat een negatieve waarde van een schenking niet mogelijk is. Bij toepassing van de samentelbepaling wordt daarom rekening gehouden met een waarde van nihil voor de aandelen. De aanslagen per schenking zijn daarmee terecht opgelegd.
Verder oordeelt de rechtbank dat belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaarprocedure. De totale vergoeding wordt vastgesteld op €500, verdeeld over de inspecteur en de Staat. De beroepen worden ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding, behalve een beperkte vergoeding voor het verzoek om immateriële schadevergoeding.