Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, de inspecteur,
Inleiding
Feiten
- op 1 januari 2018 bij overeenkomst van schenking € 110.000 onder schuldigerkenning;
- op 1 januari 2018 bij overeenkomst van schenking € 12.222 in contanten;
- op 9 april 2018 bij notariële akte 283.620 aandelen in de BV met een waarde van € 1.897.760;
- op 9 april bij notariële akte € 187.500 onder schuldigerkenning; en
- in december 2018 € 5.363 in contanten.
- de schenking van € 110.000 naar een te betalen bedrag van € 17.322;
- de schenking van € 12.222 naar een te betalen bedrag van € 1.925;
- de geschonken aandelen naar een belaste verkrijging van € 1.897.760 en een te betalen bedrag aan schenkbelasting van nihil;
- de schenking van € 187.500 naar een te betalen bedrag van € 18.731; en
- de schenking van € 5.363 naar een te betalen bedrag van € 844.
Beoordeling door de rechtbank
Tardief
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 393;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 107;
- bepaalt dat de inspecteur de proceskosten van belanghebbende vergoedt tot een bedrag van € 34,01;
- bepaalt dat de Staat de proceskosten van belanghebbende vergoedt tot een bedrag van € 34,02.