Uitspraak
[bedrijf 1]
Rechtbank Gelderland
De werknemer is sinds 1978 in dienst bij de werkgever, die een filiaal overnam en als eenmanszaak exploiteerde. Het filiaal werd per 1 oktober 2024 gesloten, maar de werkgever heeft nagelaten de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig te beëindigen en betaalde geen loon meer, ondanks een kort geding vonnis dat hem daartoe verplichtte.
De werknemer verzocht de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, met toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De werkgever verscheen niet op de zitting en voerde geen verweer.
De kantonrechter oordeelde dat het langdurig niet betalen van loon een dringende reden vormt voor ontbinding en dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 31 augustus 2025. De transitievergoeding wordt vastgesteld op €52.549,97 en de billijke vergoeding op €5.000, beide vermeerderd met wettelijke rente.
De werkgever wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van €768 en de kosten van betekening. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 31 augustus 2025 met toekenning van transitievergoeding en billijke vergoeding aan de werknemer.