De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen die elk in een gezinshuis verblijven. De moeder heeft het ouderlijk gezag, maar door instabiele leefomstandigheden en persoonlijke problematiek kan zij momenteel niet bieden wat de kinderen nodig hebben. De kinderrechter heeft op 3 september 2025 besloten de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot 9 september 2026.
De kinderen hebben in hun korte leven veel meegemaakt en vertonen nu stabiliteit en veiligheid in hun gezinshuizen, waar ook therapieën worden ingezet. De moeder verblijft sinds eind 2024 in een vrouwenopvang na mishandeling en heeft beperkte pedagogische vaardigheden en een zwak ondersteunend netwerk. Er is geen zicht op terugkeer naar huis binnen de komende periode.
De GI heeft verzocht om toetsing van het perspectiefbesluit, maar de kinderrechter stelt dat dit besluit niet inhoudelijk door de rechter kan worden getoetst. Wel moet de GI blijven monitoren en zoeken naar mogelijkheden voor uitbreiding van de omgang. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.