ECLI:NL:RBGEL:2025:7908
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiser, die sinds 2013 een WIA-uitkering ontving, vroeg meerdere malen herleving aan wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Na eerdere afwijzingen en bevestigingen door de Centrale Raad van Beroep, vroeg eiser per 7 juni 2022 opnieuw herleving aan. Het UWV voerde een medisch onderzoek uit, inclusief rapportages van verzekeringsartsen en een medische expertise van Condite, en concludeerde dat er geen toename van beperkingen was.
Eiser voerde aan dat de medische expertise van Condite onvoldoende was meegewogen en dat er sprake was van toegenomen psychische en lichamelijke klachten. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, dat de rapportages geen tegenstrijdigheden bevatten en dat de conclusies logisch waren. De subjectieve klachtenbeleving van eiser is niet doorslaggevend; alleen objectief vastgestelde beperkingen tellen mee.
De rechtbank wees erop dat de medische expertise van Condite en andere recente onderzoeken juist waren betrokken bij de beoordeling. Ook de medicatie van eiser was in de beoordeling meegenomen. De rechtbank concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd waarom de Functionele Mogelijkhedenlijst van januari 2020 ongewijzigd bleef en dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid per 7 juni 2022.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, wees het griffierecht af en kende geen proceskostenvergoeding toe. Eiser kan nog in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een WIA-uitkering is ongegrond verklaard.