Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen BPM voor twee auto's vanwege een hogere CO2-uitstoot volgens RDW dan uit conformiteitsverklaringen bleek. De inspecteur handhaafde de aanslagen op basis van RDW-gegevens zonder nader onderzoek naar het verschil.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur weliswaar de wettelijke procedure heeft gevolgd, maar had moeten onderzoeken waarom de RDW-gegevens afwijken van de conformiteitsverklaringen om strijd met het Unierecht te voorkomen. Omdat deze verklaring ontbrak, vernietigde de rechtbank de naheffingsaanslagen.
Daarnaast stelde belanghebbende recht te hebben op een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de behandeling bijna 35 maanden langer duurde dan de redelijke termijn van twee jaar, en kende een forfaitaire schadevergoeding van € 3.000 toe. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende toegekend.