Eiseres is sinds februari 2024 eigenaar van een perceel met agrarische bestemming en wilde daar een paardenpension starten. Zonder omgevingsvergunning voerde zij voorbereidende werkzaamheden uit, waaronder het plaatsen van een veekering en grondwerkzaamheden, die in strijd zijn met het bestemmingsplan. Het college legde op 19 april 2024 een bouwstop op met een last onder dwangsom.
Eiseres stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit, stellende dat de werkzaamheden vergunningvrij waren en dat het college onvoldoende rekening hield met haar belangen. De rechtbank oordeelt dat het college terecht handhavend heeft opgetreden, omdat het gebruiksgerichte paardenpension niet is toegestaan binnen de agrarische bestemming en de werkzaamheden dus zonder vergunning zijn verricht.
De rechtbank vindt dat het college de belangen van eiseres voldoende heeft meegewogen, dat er geen sprake is van disproportionaliteit en dat het college adequaat overleg heeft gevoerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwstop en last onder dwangsom blijven gehandhaafd.