Belanghebbende heeft meerdere schenkingen ontvangen, waaronder aandelen in een BV waarin een NSW-landgoed is ondergebracht. De inspecteur heeft aanslagen schenkbelasting opgelegd en de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard. De rechtbank beoordeelt of de aanslagen te hoog zijn vastgesteld en of de invorderingsvrijstelling correct is toegepast.
Belanghebbende stelde dat de aanslagen ten aanzien van schenkingen van 1 januari 2018 buiten de aanslagtermijn zijn opgelegd, maar dit beroep werd als tardief verworpen omdat het te laat werd ingebracht en de inspecteur daardoor niet adequaat kon reageren. Verder betoogde belanghebbende dat de schenkingen eerst bij elkaar moeten worden opgeteld voor de berekening van de schenkbelasting, waarbij rekening gehouden moet worden met een negatieve waarde van de aandelen vanwege de invorderingsvrijstelling.
De rechtbank oordeelt dat per schenking het belastbare bedrag moet worden vastgesteld en dat een negatieve waarde van een schenking niet mogelijk is. De waarde van de aandelen is daarom nihil. De invorderingsvrijstelling is correct toegepast en belanghebbende verliest het beroep. Wel krijgt belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, die wordt verminderd tot € 500 vanwege gezamenlijke behandeling met andere zaken. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op circa € 68, verdeeld over inspecteur en Staat.