ECLI:NL:RBGEL:2025:9594

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
ARN 24/1789, 24/1790, 24/1867, 24/5907 en 25/1044
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:90 AwbArt. 6:106 BWArt. 29 ZW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroepen tegen UWV-besluiten over WIA-uitkering, kwijtschelding en ziekengeldverlaging

Eiser heeft meerdere beroepen ingesteld tegen besluiten van het UWV inzake betaalspecificaties van nabetalingen van een WIA-uitkering en toeslag, de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding van een terugvordering, en de verlaging van zijn ziekengeld. Daarnaast verzocht hij om schadevergoeding wegens vermeende fouten van het UWV.

De rechtbank stelt vast dat het UWV juiste besluiten heeft genomen. Eiser kon niet voldoende onderbouwen dat de door het UWV gehanteerde bedragen onjuist waren. Ook voldoet hij niet aan de voorwaarden voor kwijtschelding, mede omdat hij betalingsregelingen niet is nagekomen en andere factoren zoals beslaglegging en detentie mede hebben bijgedragen aan zijn situatie. De verlaging van het ziekengeld naar 70% is een dwingende wettelijke bepaling.

Ten aanzien van het schadeverzoek oordeelt de rechtbank dat alleen schade voortvloeiend uit onrechtmatige besluiten voor vergoeding in aanmerking komt. Het eerdere onrechtmatige besluit van 9 mei 2022 is ingetrokken en voor deze periode is reeds een immateriële schadevergoeding toegekend. Eiser heeft onvoldoende concreet aangetoond dat hij meer schade heeft geleden. Ook zijn verzoek tot vergoeding van advocaatkosten wordt afgewezen. De beroepen worden ongegrond verklaard en het schadeverzoek afgewezen.

Uitkomst: De beroepen tegen de UWV-besluiten worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: ARN 24/1789, 24/1790, 24/1867, 24/5907 en 25/1044

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaken tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beroepen van eiser tegen betaalspecificaties van nabetalingen van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), een afwijzing van een verzoek om kwijtschelding, een besluit om het ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW) van eiser te verlagen en om een verzoek om schadevergoeding. Eiser is het niet eens met die beslissingen van het UWV en wil daarnaast een schadevergoeding. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beslissingen en het schadeverzoek.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV juiste beslissingen heeft genomen. Ook bestaat er geen grond voor een schadevergoeding. Eiser krijgt geen gelijk en de beroepen zijn daarom ongegrond. Het verzoek om schade wordt daarnaast afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 tot en met 8 staan (per zaak) de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de bestreden besluiten. De beoordeling door de rechtbank (per zaak) volgt vanaf 9. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Het UWV heeft betaalspecificaties van nabetalingen van een WIA-uitkering opgemaakt en heeft een besluit tot afwijzing van een verzoek om kwijtschelding en een besluit om het ziekengeld van eiser te verlagen, genomen.
2.1.
Met de bestreden besluiten van 19 februari 2024, 11 juli 2024 en 17 oktober 2024 op de bezwaren van eiser is het UWV bij deze besluiten gebleven.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Daarnaast heeft eiser een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend om de door hem geleden schade te vergoeden.
2.3.
Het UWV heeft op de beroepen en op het verzoekschrift gereageerd met verweerschriften.
2.4.
De rechtbank heeft de beroepen en het verzoekschrift op 23 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: eiser. Het UWV heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Wat er voorafging aan de besluitvorming in deze zaken
3. Op basis van de stukken die de rechtbank ter beschikking heeft, kan de rechtbank de volgende relevante feiten vaststellen.
3.1.
Eiser heeft sinds 2008 wisselend uitkeringen op grond van de ZW, Werkloosheidswet en de Wet WIA ontvangen.
3.2.
Aan eiser is met ingang van 7 mei 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering [1] op grond van de Wet WIA toegekend, waarbij de arbeidsongeschiktheid van eiser is vastgesteld op 51,29%. Met het besluit van 11 juni 2012 is aansluitend aan eiser met ingang van 7 augustus 2012 een WGA-vervolguitkering toegekend. Eiser is daarnaast gaan werken. Deze inkomsten zijn in mindering gebracht op zijn WIA-uitkering.
3.3.
Per 18 oktober 2017 heeft eiser zich ziekgemeld bij [naam bedrijf 1] B.V. Eiser heeft vervolgens met ingang van 20 oktober 2017 ziekengeld ontvangen. Het ziekengeld is per 18 november 2018 beëindigd, omdat na de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling is gebleken dat eiser meer dan 65% van het loon kon verdienen dat hij verdiende voordat hij ziek werd.
3.4.
Eiser heeft zich per 15 maart 2019 ziekgemeld bij [naam bedrijf 2] B.V. Hij heeft toen ziekengeld gekregen. Het ziekengeld is met ingang van 12 maart 2021 beëindigd, omdat eiser per die datum de einde wachttijd heeft bereikt. Aansluitend heeft eiser weer een WIA-uitkering ontvangen. Met een besluit van 9 mei 2022 is de WIA-uitkering met ingang van 10 juli 2022 beëindigd, omdat eiser al een jaar meer dan 65% van het loon kon verdienen dat hij verdiende voordat hij ziek werd.
3.5.
In februari 2023 is eiser per 4 mei 2022 ziekgemeld voor zijn werkzaamheden bij [naam bedrijf 3]. In juli 2023 is eiser per 23 mei 2022 ziekgemeld voor zijn werkzaamheden bij [naam bedrijf 4]. Aan eiser is vervolgens ziekengeld toegekend.
3.6.
Omdat eiser in mei 2022 ziek is geworden, en dus niet meer dan 65% van het loon kon verdienen dat hij verdiende voordat hij ziek werd, heeft het UWV met een besluit van 1 november 2023 het eerdere besluit van 9 mei 2022 waarbij de WIA-uitkering is beëindigd (dit is het besluit dat onder 3.4 staat), ingetrokken. Met ingang van 1 mei 2024 is een IVA-uitkering [2] aan eiser toegekend.
3.7.
Na een telefoongesprek met eiser en zijn begeleider in 2023 heeft het UWV besloten om ambtshalve alle betalingen van de uitkeringen van eiser te onderzoeken. Dit heeft (mede) geleid tot de volgende besluiten.
Totstandkoming van de bestreden besluiten en uitleg waar de beroepen over gaan
Betaalspecificatie nabetaling (24/1789 WIA)4. Met een besluit van 1 november 2023 heeft het UWV eiser verteld dat hij over de periode van 1 maart 2013 tot en met 7 november 2013 een nabetaling van zijn WIA-uitkering en toeslag krijgt. Na dossieronderzoek is namelijk gebleken dat in die tijd wel een adres van eiser bekend was bij het UWV. Het gaat om een brutobedrag van € 9.180,45 exclusief vakantietoeslag.
 Met het primaire besluit van 3 november 2023 heeft het UWV eiser meer informatie gegeven over de nabetaling. Eiser heeft nog recht op een nabetaling van € 11.931,34 aan WIA-uitkering en toeslag.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, omdat de bedragen zoals vermeld op de WIA-besluiten volgens hem niet overeenkomen met de bedragen die daadwerkelijk door het UWV aan hem zijn betaald.
 Met de beslissing op bezwaar van 19 februari 2024 heeft het UWV het bezwaar ongegrond verklaard.
Betaalspecificatie nabetaling (24/1790 WIA)
5. Met het besluit van 16 november 2023 heeft het UWV eiser verteld dat hij recht heeft op een nabetaling van zijn toeslag. Het gaat om twee periodes: van 24 april 2018 tot en met 9 juni 2018 en van 26 juli 2018 tot en met 30 september 2018. Ook staat in dit besluit dat de schorsing van de WIA-uitkering in de periode van 1 juni 2018 tot en met 9 juni 2018 is opgeheven, zodat in die periode alsnog recht bestaat op een WIA-uitkering. Eiser heeft recht op nabetaling van € 2.649,24 bruto.
 Met het primaire besluit van 17 november 2023 heeft het UWV eiser meer informatie gegeven over de nabetaling. Eiser heeft nog recht op een bedrag van € 2.712,92 aan toeslag en WIA-uitkering.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, omdat de bedragen zoals vermeld op de WIA-besluiten volgens hem niet overeenkomen met de bedragen die daadwerkelijk aan hem zijn betaald.
 Met de beslissing op bezwaar van 19 februari 2024 heeft het UWV het bezwaar ongegrond verklaard.
Verzoek om kwijtschelding (24/5907 WIA)
6. Op 11 december 2023 heeft eiser een verzoek ingediend voor kwijtschelding van de nog openstaande terugvordering van € 8.741,58.
 Met het primaire besluit van 27 februari 2024 heeft het UWV bepaald dat eiser niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, omdat hij door omstandigheden buiten zijn controle de betalingsregeling niet heeft kunnen nakomen. Het UWV en derden hebben volgens hem fouten gemaakt.
 Met de beslissing op bezwaar van 11 juli 2024 heeft het UWV het bezwaar ongegrond verklaard.
Verlaging ZW-uitkering (25/1044 ZW)
7. Eiser heeft ziekengeld ontvangen met ingang van 15 maart 2019.
 Met het primaire besluit van 6 augustus 2024 heeft het UWV bepaald dat het ziekengeld per 15 april 2019 wordt verlaagd naar 70%.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
 Met de beslissing op bezwaar van 17 oktober 2024 heeft het UWV het bezwaar ongegrond verklaard.
Schadeverzoek (24/1867 ZW)8. Eiser [3] heeft om schadevergoeding gevraagd.
 Met het besluit van 13 maart 2024 heeft het UWV een beslissing genomen op het schadeverzoek van eiser. Eiser heeft recht op een schadevergoeding van € 1.113. Het gaat om een vergoeding van € 1.000 aan immateriële schade en € 113 voor de door hem gemaakte materiaalkosten.
Eiser vindt dat hij recht heeft op meer schadevergoeding en hij heeft daarom een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank om de door hem geleden schade te vergoeden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Vooraf in alle zaken
9. Eiser heeft veel stukken en gronden ingediend. Voorafgaand aan de zitting heeft eiser daarom een brief van de rechtbank ontvangen met een tabel, waarin is vermeld welke argumenten een rol kunnen spelen bij de beoordeling van zijn zaken. De rechtbank kan namelijk alleen oordelen over de argumenten die eiser naar voren heeft gebracht die gaan over de besluiten waartegen eiser bezwaar heeft gemaakt en beroep heeft ingesteld. Een (groot) deel van de door eiser aangevoerde argumenten gaan niet direct over de besluiten die in de zaken zijn genomen maar over eerdere besluiten. Deze argumenten zullen daarom ook niet worden besproken in deze uitspraak.
9.1.
Zoals ook tijdens de zitting met eiser is besproken, kan de juistheid van de besluiten over zijn gezondheid die in het verleden zijn genomen niet in deze procedure aan de orde komen. Dat is zo omdat de besluiten, waar eiser beroep tegen heeft ingesteld en die in deze procedure worden beoordeeld, daar niet over gaan.
Ook heeft eiser gezegd dat hij het gevoel heeft dat zijn uitkeringen te laag zijn geweest. Volgens hem klopt onder meer de berekening van zijn dagloon niet. De rechtbank beschikt niet over voldoende de informatie om dat na te gaan. Er zijn in het verleden heel veel besluiten genomen over de hoogte van de uitkeringen. De documenten waarop die zijn gebaseerd zitten niet allemaal in het dossier. In het dossier zitten alleen de documenten die van belang zijn voor de beoordeling van de besluiten waar het nu om gaat. De rechtbank kan daarom (ook) niet beoordelen of eiser in het verleden een te lage uitkering heeft ontvangen.
9.2.
De rechtbank ziet dat het UWV heeft geprobeerd nog eens goed naar de zaak van eiser te kijken en de beslissingen uit te leggen. Toch voelt eiser zich echt niet gehoord door het UWV. Doordat er beslissingen hersteld moesten worden, heeft hij geen vertrouwen meer in het UWV. Daarbij heeft het zeker niet geholpen dat het UWV zich heeft afgemeld voor de zitting. De rechtbank merkt op dat tijdens de zitting een goed gesprek met eiser heeft plaatsgevonden. Het is daarom een gemiste kans dat het UWV niet is verschenen. Als dat wel zo was geweest, had het UWV de beslissingen nog een keer kunnen uitleggen en hadden de verhoudingen tussen partijen mogelijk enigszins kunnen worden hersteld. De kans is nu groot dat eiser doorgaat met procederen en met het telkens indienen van bezwaarschriften. Dat is iets waar het UWV juist een einde aan wilde maken door opnieuw naar de zaak van eiser te kijken.
Betaalspecificaties nabetalingen (24/1789 WIA en 24/1790 WIA)
10. Eiser heeft over de betaalspecificaties van 3 en 17 november 2023 aangevoerd dat het UWV niet de juiste bruto bedragen heeft gehanteerd bij de nabetalingen.
10.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Op de zitting is gebleken dat eiser andere berekeningen heeft gemaakt dan het UWV. Eiser heeft het idee dat de berekeningen van het UWV niet kloppen, maar het is voor eiser (begrijpelijkerwijs) lastig om dat te concretiseren of te onderbouwen. De rechtbank kan daarom zijn berekening helaas niet controleren. Dit betekent ook dat zijn informatie niet voldoende is om te twijfelen aan de juistheid van de beschikbare gegevens. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de genoemde bedragen op de betaalspecificaties van 3 november en 17 november 2023. Het UWV heeft in het dossier een toelichting gegeven op de betaalspecificaties. De rechtbank heeft daar naar gekeken en niet is gebleken dat de gehanteerde bedragen onjuist zijn.
Verzoek om kwijtschelding (24/5907 WIA)
11. Eiser heeft aangevoerd dat er fouten zijn gemaakt door het UWV, die grote consequenties voor hem hebben. Eiser is jarenlang niet op de juiste manier uitbetaald. Daarom vindt hij dat zijn schuld moeten worden kwijtgescholden.
11.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank mocht het UWV het verzoek om kwijtschelding afwijzen. Eiser heeft, ook tijdens de zitting, erkend dat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor kwijtschelding zoals genoemd in de Beleidsregel terug- en invordering. [4] Eiser heeft zich namelijk niet volledig aan de betalingsregeling gehouden. Hij heeft ook niet alsnog het achterstallige bedrag over die periodes betaald of in één keer een bedrag overeenkomend met ten minste 50% van het restbedrag afbetaald. Volgens eiser komt dit allemaal door het UWV. De rechtbank is het daar niet mee eens. Het UWV zegt namelijk terecht dat de situatie van eiser, waardoor hij niet heeft kunnen afbetalen, niet alleen is veroorzaakt door het UWV. Er zijn veel meer factoren die daarop van invloed zijn geweest. Het gaat dan onder meer over het niet doorgeven van de juiste informatie door eiser over zijn inkomen, het beslag dat werd gelegd op de uitkering van eiser wegens schulden elders en de detenties van eiser.
11.2.
Het UWV zegt ook dat de schuld er niet meer had hoeven zijn. De schuld had namelijk verrekend kunnen worden met de nabetalingen, maar dat wilde eiser niet. Op zichzelf is dat bijkomende argument waar. Maar de rechtbank begrijpt goed waarom eiser dat niet goed vond. Op de zitting is gebleken dat eiser toentertijd met een urgentieverklaring net een woning had gekregen en dat hij de nabetalingen dringend nodig had voor de inrichting van het huis. Ander geld had hij namelijk niet.
Verlaging ZW-uitkering (25/1044 ZW)
12. Eiser heeft aangevoerd dat het niet juist is dat zijn uitkering is verlaagd.
12.1.
Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Omdat het dienstverband bij zijn werkgever, [naam bedrijf 2], was geëindigd, had eiser met ingang van 15 april 2019 recht op ziekengeld van het UWV. Uit artikel 29, zevende lid, van de ZW volgt dat het ziekengeld 70% van het dagloon van de verzekerde bedraagt. Dit is een dwingende bepaling en daarom heeft het UWV geen ruimte om van deze bepaling af te wijken. Hoewel het hier niet gaat om de vraag of het tweede ziektejaar is uitbetaald bij de ziekmelding in 2019, merkt de rechtbank wel op dat UWV heeft toegelicht dat eiser tot het einde van de wachttijd ziekengeld heeft ontvangen, dus ook in het tweede ziektejaar. Aansluitend is hij weer een WIA-uitkering gaan ontvangen.
Schadeverzoek (24/1867 ZW)
13. Eiser heeft de rechtbank op grond van de artikelen 8:88 en 8:90 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht om de door hem geleden schade te vergoeden. Door fouten van het UWV heeft eiser jarenlang inkomen gemist en fysieke en mentale schade opgelopen. Eiser verzoekt om compensatie voor alle financiële schade en ongemakken die het gevolg zijn van de handelingen van het UWV, inclusief het verlies van het zicht en het niet correct afhandelen van zijn zaak. Eiser wordt geconfronteerd met een grote schuld van € 31.000. Eiser loopt ook risico op problemen met de Belastingdienst. Daarnaast verzoekt eiser om vergoeding van zijn advocaatkosten.
Het toetsingskader
13.1.
Het is vaste rechtspraak dat de bestuursrechter bij de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding zoveel mogelijk aansluiting zoekt bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. Voor vergoeding van schade is vereist, dat sprake is van een onrechtmatig besluit en dat causaal verband aanwezig is tussen het onrechtmatige besluit en de gestelde schade. Vervolgens komen alleen die schadeposten voor vergoeding in aanmerking die in een zodanig verband staan met dat besluit, dat zij het bestuursorgaan, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van dat besluit kunnen worden toegerekend. [5]
13.2.
Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft een benadeelde overeenkomstig artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Het is vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het BW in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. [6] Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is nodig dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. [7] Voor vergoeding van immateriële schade is onvoldoende dat sprake is van min of meer sterk psychisch onbehagen en van zich gekwetst voelen door het onrechtmatig genomen besluit. [8]
13.3.
Allereerst moet worden vastgesteld of er sprake is van een onrechtmatig besluit. Uit wat hiervoor is overwogen volgt namelijk dat alleen schade die voortvloeit uit een onrechtmatig besluit voor vergoeding in aanmerking kan komen.
13.4.
Op basis van het dossier kan de rechtbank in ieder geval vaststellen dat het besluit van 9 mei 2022 onjuist (dus onrechtmatig) is, omdat dat besluit bij het besluit van 1 november 2023 is ingetrokken zoals in 3.6 is vermeld.
Schade vanwege het onrechtmatige besluit van 9 mei 2022
13.4.1.
Vervolgens moet de rechtbank vaststellen of eiser schade heeft geleden vanwege het onrechtmatige besluit van 9 mei 2022.
13.4.2.
De rechtbank stelt vast dat het UWV in het schadebesluit van 13 maart 2024 een bedrag van € 1.000,- aan immateriële schadevergoeding en € 113,- voor materiaalkosten heeft toegekend aan eiser. Er bestaat daarom alleen aanleiding om (aanvullend) schadevergoeding toe te kennen als eiser meer schade heeft geleden dan de schade die al vergoed is.
13.4.3.
Het UWV heeft aan eiser € 1.000,- toegekend aan immateriële schadevergoeding, omdat aannemelijk is dat de besluitvorming van het UWV eiser zeer heeft aangegrepen en dat eiser daardoor stress heeft ondervonden. Hoewel het de rechtbank duidelijk is dat eiser zeer geraakt is door de besluitvorming van het UWV, is niet gebleken dat eiser met het door het UWV aan eiser toegekende bedrag van € 1.000 niet voldoende is gecompenseerd. Het is ook niet aannemelijk geworden of gebleken dat het verlies van zicht aan de ogen van eiser verband houdt met de besluitvorming van het UWV. Er zijn geen medische stukken waaruit dat blijkt. Er bestaat daarom geen aanleiding om hiervoor een aanvullende schadevergoeding toe te kennen.
13.4.4.
Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er ook geen reden voor een aanvullende materiële schadevergoeding. Er is niet gebleken dat eiser meer materiaalkosten heeft gemaakt dan het bedrag dat het UWV al aan eiser heeft toegekend. Eiser heeft niet nader onderbouwd onder welke omstandigheden hij van Turkije naar Nederland moest vliegen voor een persoonlijk gesprek. Het is allereerst niet gebleken dat het noodzakelijk was om deze reis te maken [9] en ook niet dat deze reis verband hield met het besluit van 9 mei 2022. Ook de door eiser gestelde kosten van € 1.500,- zijn niet onderbouwd. De rechtbank kan daarom niet toetsen of deze kosten verband houden met onrechtmatige besluitvorming van het UWV.
Schade in verband met andere besluitvorming
13.5.
Gelet op de besluiten van 1 november 2023 en 16 november 2023, waaruit blijkt dat eiser nog nabetalingen van zijn WIA-uitkering en toeslag krijgt, is het aannemelijk dat er meer besluiten niet juist (onrechtmatig) zijn geweest. De rechtbank kan op basis van de stukken van het UWV en van eiser echter niet vaststellen welke besluiten dat zijn. Om die reden kan de rechtbank dus ook niet vaststellen welke schade eiser heeft geleden en hoe hoog die schade is. De rechtbank zal nog wel ingaan op een aantal schadeposten die eiser heeft genoemd.
13.5.1.
Dat eiser 600 tot 800 uur heeft geïnvesteerd in het volgen van de procedures sinds 2017 is niet nader onderbouwd door eiser. Ook als dat wel zo is, betekent dit niet meteen dat dit tot schade heeft geleid. [10] Het is ook niet onredelijk dat eiser tijd heeft moeten steken in de procedures. Daarom valt niet in te zien dat hij daarvoor gecompenseerd moet worden.
13.5.2.
Niet is gebleken van financiële schade door de besluitvorming van het UWV, omdat eiser bijvoorbeeld naheffingen van de Belastingdienst heeft gekregen wegens de nabetalingen van het UWV. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat het UWV heeft gemeld dat eiser zich eerst tot de Belastingdienst moet wenden voordat hij fiscale schade kan claimen bij het UWV.
13.5.3.
De rechtbank kan de advocaatkosten die eiser heeft gemaakt niet in het kader van het verzoek om schadevergoeding toewijzen. In artikel 8:75 Awb Pro heeft de wetgever bepaald dat de bestuursrechter bevoegd is om een partij te veroordelen in de kosten die een partij in verband met de behandeling van het beroep en bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. Artikel 8:88 van Pro de Awb kan niet worden gebruikt om proceskosten vergoed te krijgen die niet op basis van artikel 8:75 van Pro de Awb in samenhang met het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. Die regeling gaat voor op het recht op schadevergoeding. Dit betekent dat de advocaatkosten van eiser niet in het kader van de schadeprocedure kunnen worden vergoed.
13.6.
Dit betekent dat het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen voor alle zaken

14. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Daarnaast wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S.W. Kroon, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G. Cornelisse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.
2.Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten.
3.Voor de leesbaarheid van de uitspraak zal de rechtbank, ook als het gaat om het schadeverzoek, spreken van ‘eiser’ en niet van ‘verzoeker’.
4.Stcrt. 1999, nr. 75, Stcrt. 2010, nr. 12828.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1466.
6.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:961.
7.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Hoge Raad van 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376.
8.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3348.
9.Misschien was een telefoongesprek, al dan niet via beeldbellen, ook mogelijk geweest.
10.Bijvoorbeeld inkomensverlies omdat eiser vrij heeft moeten nemen.