In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland geoordeeld over de ongegrondverklaring van een beroep tegen de weigering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten om handhavend op te treden tegen het recreatieve gebruik van een buurperceel. Eiser, die overlast ervaart van het gebruik van een zwembad en geluidsoverlast door spelende kinderen, heeft in februari 2024 een handhavingsverzoek ingediend. Het college heeft dit verzoek afgewezen, verwijzend naar een eerder besluit waarin was vastgesteld dat er geen overtredingen waren. De rechtbank heeft vastgesteld dat de geluidsoverlast die eiser ervaart niet voldoende is om handhavend optreden te rechtvaardigen, aangezien er geen overtredingen van geluidsnormen zijn aangetoond. Eiser heeft geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aangedragen die een herbeoordeling van het eerdere besluit rechtvaardigen. De rechtbank concludeert dat het college terecht heeft afgezien van handhaving en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk en zijn verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.