ECLI:NL:RVS:2020:663
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek parkeren op bosgrond in Bergeijk
Appellant heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk verzocht handhavend op te treden tegen het gebruik van gronden met de bestemming 'Bos' als parkeervoorziening op het perceel Dennendreef 7/7a te Bergeijk. Dit verzoek werd door het college afgewezen, en ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard.
Appellant stelde in hoger beroep dat het verzoek niet als herhaalde aanvraag kon worden aangemerkt omdat de feitelijke grondslag was gewijzigd: het ging nu om parkeren op een parkeervoorziening in plaats van een in- en uitrit. De Afdeling oordeelde echter dat de verzoeken feitelijk dezelfde rechtsvraag en feiten betreffen, zodat sprake is van een herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
De Afdeling verwijst naar vaste jurisprudentie dat rechterlijke uitspraken geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn. Ook de stelling dat het geen in- en uitrit maar een parkeervoorziening betreft, is geen nieuw feit omdat dit al eerder door de Afdeling is beoordeeld. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.