ECLI:NL:RBGEL:2025:9928

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
ARN 24/2346
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.D.Z.R. Mohamed Hoesein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wet WIAArt. 2 Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Eiseres diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering per 29 september 2021, maar het UWV wees deze af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze weigering. Medisch onderzoek door verzekeringsarts P. Schouten en herbeoordeling door J. Relyveld concludeerden beperkingen passend bij de klachten van eiseres, waaronder chronische sinusitis, gonatrose en paniekstoornis, maar niet zodanig dat zij recht heeft op een uitkering.

De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres geschikt is voor meerdere functies die haar beperkingen niet overschrijden. Eiseres betwistte dit en gaf aan dat zij de geduide functies niet kan vervullen en dat haar leeftijd en klachten haar kansen op werk verminderen. De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidsdeskundige beoordelingen zorgvuldig en voldoende onderbouwd zijn en dat de klachten van eiseres niet leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.

De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht het besluit heeft gehandhaafd en dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter Mohamed Hoesein en griffier Van der Wielen.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/2346

uitspraak van de enkelvoudige kamer

[eiseres], uit [plaats], eiseres

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,het UWV
(gemachtigde: A. van Klaveren-Drost).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de weigering van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het niet eens met deze weigering. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering van de WIA-uitkering.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen en terecht aan eiseres heeft meegedeeld dat zij met ingang van 30 september 2021 (datum in geding) geen recht heeft op een WIA-uitkering. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 18 april 2023 afgewezen. Dit is omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht vanaf de datum in geding. Met het bestreden besluit van 5 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en het UWV heeft op het
beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 10 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door haar echtgenoot en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten
3. Eiseres was werkzaam als receptioniste voor gemiddeld 10,30 uur per week. Zij heeft zich op 3 oktober 2019 ziekgemeld bij haar werkgever. Zij heeft vervolgens tijdens ziekte zelf haar ontslag ingediend per 1 januari 2020, terwijl haar dienstverband liep van 15 april 2019 tot 14 april 2020. Eiseres heeft op 4 februari 2023 een WIA-uitkering aangevraagd per 29 september 2021.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Het UWV heeft beoordeeld of eiseres in aanmerking komt voor een WIA-uitkering en dit onderzoek heeft geleid tot de bestreden besluitvorming. Op grond van artikel 5 van Pro de Wet WIA bestaat recht op een WIA-uitkering als een betrokkene ten minste 35% arbeidsongeschikt is. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt berekend door het loon dat een betrokkene in zijn laatste werk nog had kunnen verdienen, te vergelijken met het loon dat hij kan verdienen in passende functies. Het UWV heeft eiseres geen WIA-uitkering toegekend, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht, namelijk 29,80%. Deze beoordeling is gebaseerd op een medisch en een arbeidsdeskundig onderzoek. [1]
4.1.
Het medisch onderzoek is neergelegd in het rapport van verzekeringsarts P. Schouten van 6 maart 2023 en de belastbaarheid is vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 6 maart 2023. Schouten heeft dossieronderzoek verricht, eiseres op het spreekuur gezien en psychisch en lichamelijk onderzoek verricht. Hij heeft geconstateerd dat er sprake is van (chronische) sinusitis, gonatrose en “paniekstoornis/cardiofobie?”. Er worden beperkingen aangenomen ten aanzien van het persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen, statische houdingen en werktijden.
4.2.
Op basis van de FML heeft de arbeidsdeskundige P.A. de Groot in het rapport van 6 april 2023 vastgesteld dat eiseres ongeschikt is voor haar eigen werk en zij met haar beperkingen geschikt is voor de volgende functies: telefonist (centrale), medewerker callcenter (inbound) (SBC-code 315174), administratief medewerker (documenten scannen) (SBC-code 315133) en wikkelaar (SBC-code 267053). In aanvulling hierop worden drie reservefuncties geduid.
4.3.
In de bezwaarprocedure heeft een heroverweging plaatsgevonden. Er is een medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep J. Relyveld verricht. Deze heeft zijn bevindingen neergelegd in het rapport van 28 februari 2024. Volgens hem is er geen medische informatie over de datum in geding overgelegd, waarmee geen rekening is gehouden door Schouten. Ook benoemt hij dat er met verergerde gezondheidsklachten ontstaan na de datum in geding geen rekening wordt gehouden. Hij is het eens met de beoordeling van de primaire verzekeringsarts en ziet geen aanleiding om meer beperkingen aan te nemen.
4.4.
Op grond van het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het UWV het primaire besluit met het bestreden besluit gehandhaafd.
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres stelt dat er onvoldoende rekening is gehouden met haar medische klachten. Zij heeft vermoeidheidsklachten, concentratieproblemen en klachten bij de belasting van de knieën. Zij geeft ook aan dat zij in 2021 wel een enkele keer ontlastingsincontinentie-klachten had en dat zij in 2022, nadat de tijd tussen de ongelukjes korter werd, hiervoor behandeling heeft gezocht. Eiseres geeft aan dat het steeds slechter gaat met haar.
5.1.
Daarnaast stelt eiseres dat voor haar de systematiek van de beoordeling van arbeidsmogelijkheden met behulp van de Claim Beoordeling en borging systeem (CBBS) niet duidelijk is. Zij stelt dat zij de geduide functies niet kan vervullen en dat enkel de functie administratief ondersteunend medewerker passend te achten is op grond van haar arbeidsverleden. Ook geeft eiseres aan dat zij gelet op haar leeftijd, zij is 60 jaar, nergens meer aan het werk zal geraken. Eiseres verzoekt om toepassing van een menselijke maat.
Wat vindt het UWV?
6. Het UWV stelt zich op het standpunt dat de verzekeringsartsen geen aspecten van de gezondheidstoestand van eiseres hebben gemist, omdat zij is gezien door de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep en dat er gegevens uit de behandelend sector bij de beoordeling zijn betrokken. Ten aanzien van mogelijk toegenomen klachten kan een nieuwe aanvraag worden gedaan; een zogenoemde melding toegenomen arbeidsongeschiktheid.
6.1.
De klachten van de ontlastingsincontinentie zijn volgens het UWV ruim na de datum in geding opgetreden en werden daarvoor gezien als ongelukjes. Omdat het gaat om verergerde medische klachten na datum in geding, wordt hiermee geen rekening gehouden. Voor de stelling van eiseres dat zij niet kan werken in kleine ruimtes met collega’s zegt het UWV dat reeds rekening is gehouden met verminderde stressweerbaarheid van eiseres in de FML.
Wat vindt de rechtbank?
Is de medische beoordeling door het UWV juist?
7. Volgens vaste rechtspraak behoort het tot de specifieke taak en deskundigheid van
de verzekeringsarts om op grond van de beschikbare medische gegevens de beperkingen vast te stellen. [2] Daarbij mag een verzekeringsarts in beginsel varen op zijn eigen medisch oordeel wat betreft de aan te nemen beperkingen.
7.1.
De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat het UWV de belastbaarheid van eiseres op de datum in geding onjuist heeft ingeschat. De vermoeidheidsklachten en concentratieproblemen van eiseres zijn meegenomen en de verzekeringsarts heeft hiervoor beperkingen aangenomen op de beoordelingspunten structurele deadlines, hoog werktempo, storingen, uiten van eigen emoties, conflicthantering, werkzaamheden met zieken. Ook dienen de werkzaamheden overdag plaats te vinden. Er is geen aanleiding om aan deze medische conclusies van de verzekeringsarts te twijfelen. Met betrekking tot de klachten bij het lopen en staan door de belasting van de knieën van eiseres, zo overweegt de rechtbank, heeft de verzekeringsarts beperkingen aangenomen voor traplopen, knielen, veelvuldig hurken, lopen, langdurig lopen en staan en langdurig staan. Het standpunt van eiseres dat hiervoor verdergaande beperkingen moeten worden aangenomen wordt niet onderbouwd door (nieuwe) medische informatie. De verzekeringsarts concludeert dat eiseres geen werkzaamheden in koude en tocht (met name op het gezicht) moet verrichten en dat zij in een longvriendelijke omgeving moet werken, waarin geen prikkelende stoffen als rook en/of oplosmiddelen zijn. Over de ontlastingsincontinentie stelt het UWV dat met de in 2021 bekende klachten rekening is gehouden en dat hieruit geen beperkingen voortvloeien. De rechtbank kan dit volgen nu eiseres aangeeft dat er op datum in geding enkel sprake was een enkel incidenteel ongelukje en zij in 2021 feitelijk nog niet te maken had met ontlastingsincontinentie. Deze klachten zijn pas in de loop van de tijd vaker voorgekomen.
7.2.
Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank dat met zowel de fysieke en als de psychische beperkingen van eiseres voldoende rekening gehouden is in de FML. Dat eiseres zich niet herkent in de conclusies van de verzekeringsartsen maakt het oordeel niet anders. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de beleving van eiseres van haar klachten, betekent het hebben van klachten nog niet dat er ook (ernstigere of meer) beperkingen voor arbeid moeten worden aangenomen in de FML. De beleving van klachten is volgens vaste rechtspraak niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen bij eiseres zijn vast te stellen. [3] Alleen de medisch te objectiveren beperkingen zijn daarbij van belang. Eiseres heeft ook geen andere medische stukken in het geding gebracht, waarmee meer of forsere beperkingen kunnen worden onderbouwd. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Zijn de geduide functies geschikt?
7.3.
Eiseres kan zich niet vinden in de geduide functies. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV in het rapport van arbeidsdeskundige P.A. de Groot van 6 april 2023 voldoende gemotiveerd dat de belasting in de geduide functies de vastgestelde medische belastbaarheid van eiseres niet overschrijdt. Tijdens de zitting heeft eiseres aangevoerd dat het UWV de functie Wikkelaar (SBC code 267053) als grondslag had kunnen nemen bij het bepalen van de verdiencapaciteit. Dit had tot een ander arbeidsongeschiktheidspercentage geleid, waardoor zij wel in aanmerking zou zijn gekomen voor een WIA-uitkering, zo stelt eiseres. De rechtbank overweegt dat het UWV bij het bepalen van de verdiencapaciteit geen keuzevrijheid heeft voor de functies maar dat de verdiencapaciteit wordt vastgesteld op basis van het middelste loon van drie geduide functies. In het geval van eiseres is het de functie van administratief medewerker waarmee de verdiencapaciteit wordt berekend. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres met ingang van datum in geding geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.D.Z.R. Mohamed Hoesein, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
Griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Er vindt een medisch en arbeidsdeskundig onderzoek plaats op basis van artikel 2, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 11 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2315.
3.Zie bijvoorbeeld een uitspraak van de CRvB van 15 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3214.