ECLI:NL:RBGEL:2026:1069
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening AOW-opbouw Surinaamse oudere bevestigd
Eiser, een Nederlandse ingezetene van Surinaamse afkomst, verzocht om herziening van de berekening van zijn AOW-pensioen, omdat hij meent dat het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst en een motie over mogelijke wijzigingen in de AOW als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moeten worden beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat het Tijdelijk besluit een losstaande regeling is die geen invloed heeft op de opbouw of het recht op AOW en dat de motie dateert van vóór het Tijdelijk besluit, waardoor deze geen nieuwe feiten of omstandigheden vormen. De SVB heeft het verzoek om herziening terecht afgewezen en dit besluit is zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd.
Eiser stelde ook dat de afwijzing evident onredelijk is vanwege ongelijke behandeling ten opzichte van ouderen die altijd in Nederland hebben gewoond en ouderen van de Nederlandse Antillen. De rechtbank stelt vast dat de verschillen voortkomen uit bewuste wetgevende keuzes en dat eiser geen vergelijkbare situatie met de Antilliaanse groep heeft aangetoond.
Persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals financiële en gezondheidsproblemen, leiden niet tot een ander oordeel. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de korting op het AOW-pensioen blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om herziening van de AOW-opbouw wordt ongegrond verklaard.