Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig een besluit heeft genomen op de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) van een ex-werkneemster. Na ingebrekestelling en het verstrijken van de beslistermijn heeft het UWV nog steeds geen besluit genomen. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank stelt vast dat een EZWb een ambtshalve beslissing is die uiterlijk binnen 52 weken na ziekmelding genomen moet worden. Omdat het UWV niet binnen deze termijn heeft beslist en ook niet binnen twee weken na ingebrekestelling, is het beroep gegrond. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van vier maanden op, rekening houdend met het structurele tekort aan verzekeringsartsen en het beleid zoals vastgesteld in een eerdere uitspraak van 15 april 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat schade niet in dit geding kan worden beoordeeld. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.