Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 27 februari 2026
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Utrecht, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- Zijn de bezwaren tegen de verzuimboeten terecht niet-ontvankelijk verklaard?
- Zijn de navorderingsaanslagen buiten de termijn opgelegd?
- Is aan de voorwaarden voor navordering voldaan?
- Dient de bewijslast te worden omgekeerd en verzwaard?
- Aan welk jaar moet de winst van de verkoop van de discotheek worden toegerekend?
- Is sprake van een redelijke schatting?
- Is de belastingrente juist berekend?
- Zijn de verzuimboeten terecht opgelegd?
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
“De bestuurder, in dit geval [persoon A] , blijft in die situatie als laatste functionaris bevoegd om namens de vennootschap te handelen”. De rechtbank kan op grond van de overgelegde informatie echter niet vaststellen dat [persoon A] de laatste bestuurder is van belanghebbende. Het had op de weg van de gemachtigde gelegen om hier duidelijkheid in te verschaffen.