Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, het college
[derde-partij], uit [plaats], vergunninghouder
Inleiding
Procesverloop
- dagbesteding voor mensen met een beperking in de vorm van een zorgboerderij;
- verkoopruimte t.b.v. verkoop spreekproducten;
- diverse werkruimtes;
- het kweken en telen van aardbeien en diverse (zacht) fruitsoorten met de daarbij behorende pluktuin;
- parkeren ten behoeve van bezoekers van de zorgboerderij;
- theeschenkerij als activiteit van de dagbesteding;
- het organiseren van high-tea en vergaderingen als activiteit van de dagbesteding;
- het organiseren van een educatieve speurtocht in de fruithof.
- met dagbesteding voor mensen met een beperking in de vorm van een zorgboerderij;
- met verkoopruimte t.b.v. verkoop streekproducten;
- met diverse werkruimtes;
- het kweken en telen van aardbeien en diverse (zacht) fruitsoorten met de daarbij behorende pluktuin;
- parkeren ten behoeve van bezoekers van de zorgboerderij;
- theeschenkerij als activiteit van de dagbesteding.
Beoordeling door de rechtbank
Leeswijzer
Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden, die nodig zijn met het oog op het belang dat voor de betrokken activiteit is aangegeven in het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.10 tot en met 2.20. (…) De aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften zijn op elkaar afgestemd.’
4. Feesten en partijen zijn niet toegestaan.
- De beoordeling of het college heeft kunnen besluiten dat de vergunde activiteiten geen onaanvaardbare afbreuk doen aan de cultuurhistorische landschapswaarden;
- De beoordeling of het college heeft kunnen besluiten dat de vergunde activiteiten niet gekwalificeerd kunnen worden als detailhandel en daarom niet in strijd zijn met het verbod op detailhandel;
- De beoordeling of het college heeft kunnen besluiten dat de vergunde activiteiten geen onaanvaardbare geluidhinder tot gevolg hebben;
- De beoordeling of het college ten onrechte het strijdige gebruik van twee gebouwen op het perceel niet heeft meegewogen bij de beoordeling;
- De beoordeling of het college ten onrechte de niet-agrarische activiteiten buiten de bedrijfsgebouwen niet heeft meegewogen in de beoordeling;
- De beoordeling of het college heeft kunnen besluiten dat de vergunde activiteiten geen onaanvaardbare verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben.
We hebben deze bezwaren onderzocht. Het leidt niet tot aanpassing van het besluit. Onze reactie op bovenstaande bezwaren is als volgt:
(…)Motivering
(…)Legalisatie
De niet-agrarische activiteiten vinden binnen dit gebouw plaats, zonder buitenopslag. De verkoopactiviteiten zijn beperkt tot hoofdzakelijk zelf vervaardigde producten en streekproducten en vinden enkel plaats binnen de op de tekening aangegeven ruimte. De niet-agrarische activiteit valt in milieucategorie 1 of 2 en er zijn geen andere milieu hygiënische belemmeringen. Ook is geen sprake van detailhandel of buitenopslag. Met deze onderdelen wordt aangesloten bij het gemeentelijke beleid.’
De verkoopproducten zijn beperkt tot hoofdzakelijk zelf vervaardigde producten (tenminste 75%) en streekproducten en vinden enkel plaats binnen de op de tekening aangegeven ruimte.’
De niet-agrarische activiteit valt in milieucategorie 1 of 2 en er zijn geen andere milieu-hygiënische belemmeringen. (…) Het perceel [locatie 1] [huisnummer 1] is gelegen naast een recreatiepark. Er liggen, op circa 75 meter afstand, twee woonpercelen met agrarische grond.’
Het perceel heeft een agrarische bestemming. De betreffende bedrijfsbebouwing is legaal aanwezig. De niet-agrarische activiteiten vinden binnen dit gebouw plaats, zonder buitenopslag. De verkoopactiviteiten zijn beperkt tot hoofdzakelijk zelf vervaardigde producten en streekproducten en vinden enkel plaats binnen de op de tekening aangegeven ruimte. De niet-agrarische activiteit valt in milieucategorie 1 of 2 en er zijn geen andere milieu hygiënische belemmeringen. Ook is geen sprake van detailhandel of buitenopslag. Met deze onderdelen wordt aangesloten bij het gemeentelijke beleid.’
De theetuin is ondergeschikt aan de zorgboerderij met maximaal 20 zitplaatsen. Het bebouwde oppervlak inclusief terras mag maximaal 30 m² gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereidde etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van niet-alcoholische dranken.’
De ontsluiting van het perceel vindt plaats via het geasfalteerde deel van de [locatie 1]. Klanten/cliënten/personeel/leveranciers van de zorgboerderij mogen geen gebruik maken van de tussenroute’.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin is opgenomen dat de vergunde activiteiten geen onaanvaardbare verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben;
- voegt het volgende voorschrift toe aan de omgevingsvergunning:
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- veroordeelt het college tot betaling van €1.868,- aan proceskosten aan eiser;
- bepaalt dat het college het griffierecht van €194,- aan eiser moet vergoeden.