Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 13 maart 2026
[belanghebbende ] , uit [plaats] , belanghebbende
de heffingsambtenaar van Tribuut, de heffingsambtenaar,
[derde-belanghebbende] N.V., de derde-belanghebbende.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
WOZ/OZB 2024 én uitdrukkelijk ook alle andere hier aan gerelateerde lokale heffingen en belastingen, onder welke titel dan ook”. In dit geval is er een verband tussen de rioolheffing en de WOZ-waarde, omdat de hoogte van de rioolheffing blijkens de Verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2023 van de gemeente Apeldoorn is gekoppeld aan de WOZ-waarde. [1] In zoverre ziet het bezwaar en het beroep ook op de aanslag rioolheffing. De rechtbank acht het beroep tegen de aanslag daarom ontvankelijk. Dat belanghebbende in de loop van de beroepsprocedure in algemene zin verwijst naar jurisprudentie over het verschaffen van inzicht
in de ramingen van baten en lasten terzake de riool- en afvalstoffenheffing, waterschapslasten, zuiveringsheffing, reinigingsrechten (én alle andere lokale belastingen én plaatselijke heffingen onder welke titel dan ook, óók de BIZ dus), maakt evenwel nog niet dat zij ten aanzien van de in deze zaak opgelegde aanslag rioolheffing de overschrijding van de opbrengstlimiet heeft gesteld. De gemachtigde heeft volstaan met een zeer algemene betwisting (die hij in verschillende zaken aanvoert) dat overhead, uren en btw, lasten ter zake zijn. Ten eerste is een betwisting niet hetzelfde als een stelling en een motivering hiervan ontbreekt volledig. De bedoelde opmerkingen hebben een te algemene strekking. Daarmee heeft belanghebbende niet aan zijn stelplicht voldaan en niet voldoende gemotiveerd deze kostenposten in twijfel getrokken. Er is in alle zaken die op dezelfde zitting zijn behandeld (32 zaken) verwezen naar de jurisprudentie over de opbrengstlimiet, ook in zaken waarin geen aanslagen zijn opgelegd. De enkele verwijzing naar jurisprudentie is onvoldoende concreet. Van een professioneel gemachtigde mag verwacht worden dat als hij de tariefstelling wegens overschrijding van de kostendekkendheid betwist, een op feiten gebaseerde stelling in te nemen over de overschrijding van de opbrengstlimiet. Dat heeft hij niet gedaan. Het beroep is in zoverre ongegrond.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover dat ziet op de WOZ-waarde gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar in zoverre;
- stelt de waarde van [locatie] in [plaats] per 1 januari 2022 vast op € 400.000;
- vermindert de aanslag onroerendezaakbelastingen en de aanslag rioolheffing dienovereenkomstig;
- verklaart het beroep voor zover dat ziet op de overschrijding van de opbrengstlimiet van de rioolheffing ongegrond;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de uitspraak op bezwaar;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 633,50;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 51 zal vergoeden.