ECLI:NL:RBGEL:2026:2271
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning wijziging groepsaccommodatie naar logiesverblijven
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede voor het wijzigen van een groepsaccommodatie naar meerdere logiesverblijven. Eiseres betwist het besluit en voert meerdere beroepsgronden aan, waaronder een vermeend motiveringsgebrek en strijd met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht de vergunning heeft verleend. Hoewel er een motiveringsgebrek bestaat met betrekking tot de aanhaakplicht voor soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming, wordt dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat geen benadeling van belanghebbenden aannemelijk is. De rechtbank volgt het standpunt van het college dat uit ecologische onderzoeken blijkt dat geen beschermde soorten aanwezig zijn en dat geen ontheffing nodig is.
Ten aanzien van de gebiedsbescherming en de Natura 2000-activiteit is vastgesteld dat de derde-partij een aparte vergunning heeft aangevraagd bij gedeputeerde staten, wat toelaat dat het college de omgevingsvergunning verleent zonder zelf een passende beoordeling te maken. Ook de afwijking van de goothoogte wordt als aanvaardbaar beoordeeld, mede vanwege het architectonisch concept en het ontbreken van nadelige effecten die onevenredig zijn.
De rechtbank wijst erop dat handhaving van de Wet natuurbescherming bij gedeputeerde staten ligt en dat het college niet tekort is geschoten in haar onderzoek. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het motiveringsgebrek wordt gepasseerd.