Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2465

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
AWB-25_5834
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:1 AwbArt. 6:7 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang en te late bekendmaking identiteit omwonenden

Eiseres heeft tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar van 10 oktober 2025 een beroep ingesteld. De rechtbank onderzoekt wie de eisende partij is en of het beroep ontvankelijk is. Alleen eiseres is als eisende partij aangemerkt, omdat de identiteit van de omwonenden niet tijdig bekend was gemaakt.

De rechtbank wijst erop dat de identiteit van personen namens wie beroep wordt ingesteld, bekend moet zijn voor het einde van de beroepstermijn. Eiseres maakte de identiteit van de omwonenden pas na deze termijn bekend, waardoor dit beroep niet als namens hen ingesteld kan worden. Bovendien loopt er al een eerder beroep van eiseres tegen hetzelfde besluit, waardoor zij geen procesbelang heeft bij dit tweede beroep.

De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en beoordeelt het niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en te late bekendmaking van de identiteit van omwonenden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/5834

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] uit [plaats], eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank wie in dit beroep de eisende partij is en of het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 10 oktober 2025 ontvankelijk is. Dat wil zeggen of het beroep van eiseres voldoet aan de door de wet gestelde vereisten voor het in behandeling nemen van haar beroep.
1.1.
Het is niet nodig dat partijen op een zitting worden gehoord. Het beroep van eiseres is namelijk kennelijk niet-ontvankelijk. Daarom sluit de rechtbank het onderzoek en doet zij zonder zitting uitspraak. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Samenvatting
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat alleen eiseres de eisende partij is, omdat van de omwonenden de identiteit niet op tijd bekend was. Het beroep van eiseres is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat het beroep niet aan de door de wet gestelde vereisten voldoet om het beroep – inhoudelijk – in behandeling te nemen. Eiseres heeft tegen hetzelfde bestreden besluit al een beroep bij deze rechtbank ingediend dat in behandeling is. [2]
Wie is in deze zaak de eisende partij?
3. Deze zaak is begonnen met de brief van eiseres van 17 november 2025 waarin zij pro forma beroep instelt tegen het bestreden besluit. Bij dat pro forma beroep zat een vertrouwelijk deel voor de rechtbank dat ging over het nog niet bijvoegen van de persoonsgegevens van derden. Op 25 november 2025 heeft eiseres de rechtbank een e-mail gestuurd waarin zij meedeelt dat zij bij dit pro forma beroep derden ofwel een groepje omwonenden vertegenwoordigt. Zij verzoekt de rechtbank om de wensen van de omwonenden met betrekking tot de anonimiteit te respecteren.
3.1.
De rechtbank heeft eiseres vervolgens in de brief van 3 december 2025 er op gewezen dat de identiteit van degene(n) namens wie beroep wordt ingesteld voor afloop van de beroepstermijn bekend moet zijn. Ook is aan eiseres in deze brief bericht dat de rechtbank een beroepschrift tegen het bestreden besluit dat door mevrouw [naam] namens eiseres is ingediend heeft geregistreerd. Verder heeft de rechtbank eiseres verzocht om binnen twee weken na de datum van verzending van die brief te berichten of zij het beroep voortzet dan wel intrekt. De rechtbank heeft vervolgens van eiseres op 16 december 2025 de gronden van beroep ontvangen met daarbij namens de omwonenden machtigingen en kopieën van de identiteitsbewijzen van deze omwonenden.
3.2.
Het is vaste rechtspraak dat de omstandigheid dat beroep wordt ingesteld namens personen van wie tijdens de beroepstermijn de identiteit niet kenbaar is, niet wordt beschouwd als een vormverzuim dat op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden hersteld. [3] In dat geval staat tijdens de beroepstermijn immers in het geheel nog niet vast wie beroep heeft willen instellen. De artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb strekken er niet toe het mogelijk te maken beroep in te stellen namens nog onbekende personen. De in artikel 8:1, gelezen in verbinding met artikel 6:7 van Pro de Awb neergelegde regeling voor het instellen van beroep brengt met zich dat de identiteit van degene(n) die beroep heeft (hebben) ingesteld bekend moet zijn voor het einde van de beroepstermijn. [4]
3.3.
Eiseres heeft bij brief van 15 december 2025 de identiteit van de omwonenden kenbaar dan wel bekend maakt, maar dit is te laat. De beroepstermijn, de termijn waarbinnen de identiteit bekend moest zijn voor de rechtbank eindigde op 24 november 2025.
3.4.
Het bovenstaande betekent dat het beroep alleen is ingediend door eiseres. Daarom wordt alleen eiseres als eisende partij aangemerkt. Dat is ook in overeenstemming met het pro forma beroep waarin niet wordt gemeld dat het beroep ook namens anderen zou zijn ingesteld.
3.5.
De rechtbank heeft van eiseres op 16 december 2025 machtigingen en kopieën van de identiteitsbewijzen van omwonenden ontvangen. Deze overgelegde machtigingen en kopieën van identiteitsbewijzen zitten alleen in het dossier van de rechtbank ter kennisname. Deze stukken zijn en zullen niet worden doorgezonden aan het college in verband met het verzoek van eiseres om de persoonsgegevens niet openbaar te maken aan het college en eventuele derden.
Is het beroep van eiseres ontvankelijk?
4. De rechtbank moet vervolgens uit eigen beweging beoordelen of eiseres (proces)belang heeft bij haar beroep. Volgens vaste rechtspraak [5] is sprake van (proces)belang als de indiener van het bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep een reëel en actueel belang heeft bij gelijk, als de indiener dat gelijk zou krijgen. Met andere woorden (proces)belang is het belang dat bestaat bij de uitkomst van de procedure, dus wat de indiener van het rechtsmiddel concreet met het desbetreffende rechtsmiddel wil of kan bereiken. De vraag of er (proces)belang is, wordt in het algemeen beantwoord naar de stand van zaken op het moment van het beoordelen van het rechtsmiddel.
4.1.
Zoals de rechtbank onder 2 heeft aangegeven heeft (een gemachtigde van) eiseres tegen hetzelfde bestreden besluit van het college van 10 oktober 2025 al een beroep bij deze rechtbank lopen. [6] Dat beroep is op 17 november 2025 door de rechtbank ontvangen en daarmee eerder dan het beroep waar deze uitspraak op ziet. Eiseres kan door het voeren van deze tweede procedure tegen hetzelfde bestreden besluit niet meer bereiken dan met het beroep ontvangen op 17 november 2025. De eventuele gronden van beroep die eiseres in dit beroep heeft aangevoerd, kan zij daar nog als aanvullende gronden van beroep (laten) indienen.
4.2.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat eiseres geen (proces)belang heeft bij een beoordeling dit beroep. Van een ander (proces)belang is de rechtbank niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is daarom (kennelijk) niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van
mr.K. Berends, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Het beroep geregistreerd onder het zaaknummer ARN 25/5497.
3.Zie bijvoorbeeld ABRvS 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5434
4.Zie bijvoorbeeld ABRvS 20 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1159.
5.Vergelijk bijvoorbeeld ABRvS 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:455.
6.Het beroep geregistreerd onder het zaaknummer ARN 25/5497.