Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[naam eiser 1] ,
2.
[naam eiser 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
Betreft:Aanvraag Omgevingsvergunning [het rijksmonument] (Fase 1 – vooroverleg).” De brief luidt verder onder meer als volgt:
Zoals met u besproken hebben wij de stukken nog niet ge-upload op het OLO. We hebben besproken dat via de e-mail het informele vooroverleg met u, het Gelders Genootschap en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) beter doorlopen kan worden.
aanvraag vooradvies” aan [de eiser] bevestigd.
Allereerst is er veel waardering voor de initiatiefnemers om deze grote uitdaging aan te gaan. De toekomstige functies van een beheerderswoning met een logiesfunctie sluiten goed aan bij de oorspronkelijke functie van [het rijksmonument] . Over het algemeen kan worden gesteld dat in het voorliggende plan nog niet voldoende uit is gegaan van het herstel van de oorspronkelijke opzet van voor de brand. Er is nu wat te veel vrijheid genomen voor het doorvoeren van wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke situatie. Het advies is om de oorspronkelijke hoofdvorm als uitgangspunt te nemen. Het is daarbij mogelijk om afgewogen accenten te wijzigen, daarbij volgen wij de principes van de Restauratieladder. In de brief van de RCE van 23 juli 2020 zijn eveneens de uitgangspunten benoemd voor het handhaven van de rijksmonumentenstatus.
Met deze brief ontvangt u een bijgewerkte set voor het vooroverleg Omgevingsvergunning.(…)”
Aanvraag vooroverleg 10 augustus 2021” en “
Indiening OLO 22 februari 2022”.
wegens het ook op dit onderdeel ongefundeerd opvoeren van niet bestaande nadelige effecten van het voorliggende ontwerp op de leefomgeving. Ik verwacht van uw gemeente datuiterlijk op maandag 19 februari 2023 om 14:00 uurschriftelijk aan mij is bevestigd dat er geen nadelige verkeer-aantrekkende werking optreedt en als u dat niet doet in ieder geval uiterlijk op dat moment met een concrete, geobjectiveerde en verifieerbare weerlegging van onze argumentatie aanlevert.”
Wij zijn in een vooradviestraject gegaan met gemeente in maart 2021(…).”
door slecht vooroverleg”.
4.Het geschil
5.De beoordeling
Deze lange aanlooptijd zou de indiening en doorlooptijd van de vergunning moeten bespoedigen.(…)
Ik ben geneigd dan maar een omgevingsvergunning op te starten, dan gaat de formele procedure tenminste lopen.” Van een formele aanvraag en procedure was toen dus ook volgens [de eiser] zelf nog geen sprake. Ook uit andere communicatie van [de eiser] met de gemeente blijkt dat volgens [de eiser] op 10 augustus 2021 nog geen sprake was van een aanvraag. In de presentatie die [de eiser] op 6 oktober 2022 heeft gegeven aan de RCE, RKC en de gemeente (zie 3.25), heeft hij in een tijdlijn van het vergunningtraject vermeld dat op 10 augustus 2021 een vooroverleg is aangevraagd en dat op 22 februari 2022 een indiening via het OLO heeft plaatsgevonden. Verder heeft [de eiser] in zijn brief van 20 februari 2023 aan het college (zie 3.37) geschreven dat sprake was van een vooradviestraject vanaf maart 2021. En in zijn brief van 24 augustus 2023 (zie 3.48) aan het college heeft [de eiser] geschreven dat tijdens het vooroverleg van 10 augustus 2021 tot en met 22 februari 2022 vertraging is ontstaan doordat één en ander niet voortvarend zou zijn opgepakt. Gezien het voorgaande heeft [de eiser] op 10 augustus 2021 geen aanvraag gedaan.