Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
De uitzendkracht heeft tijdens zijn arbeidsongeschiktheid gedurende de looptijd van de uitzendovereenkomst de eerste 52 weken recht op doorbetaling van 90% van het naar tijdruimte vastgestelde loon. Het wettelijk minimumloon geldt hierbij als ondergrens. Gedurende de 53e tot 104e week heeft de uitzendkracht recht op 80% van het naar tijdruimte vastgestelde loon. Het bovenstaande geldt conform artikel 25 van Pro de NBBU-cao.
(…)”
3.De vordering en het verweer
€ 1.174,44, tot en met 25 november 2025 en vanaf 26 november 2025 tot de dag van algehele betaling;
4.De beoordeling
.De proceskosten van [de eiser] worden begroot op:
5.De beslissing
€ 12.345,16 brutoloon over de periode 21 juni 2024 tot 23 december 2024,
26 november 2025 tot de dag van algehele betaling,