3.Algemene juridische kader fatbikes
17. Ondanks pogingen vanuit de politiek om dit te bewerkstelligen, is een fatbike (nog) geen aparte voertuigcategorie. Zie daarover onder meer uitvoerig het rapport ‘Fatbikes als aparte voertuigcategorie’ van DTV, welke
hier (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/01/15/bijlage-2-rapport-dtv-fatbike-als-een-aparte-voertuigcategorie)is te downloaden.
18. Voor elektrisch ondersteunde fietsen, zoals de onderhavige fatbike, moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds het Europese productveiligheidsrecht en anderzijds het Nederlandse verkeersrechtelijke toetsingskader.
19. Het productveiligheidsrecht ziet op de vraag aan welke eisen het product als zodanig moet voldoen om rechtmatig op de markt te worden aangeboden. Het Nederlandse verkeersrecht ziet daarentegen op de vraag of het voertuig juridisch kan worden aangemerkt als een fiets met trapondersteuning in de zin van artikel 1, eerste lid, onder ea, Wegenverkeerswet 1994, en daarmee in Nederland als zodanig aan het verkeer kan deelnemen.
20. Elektrisch ondersteunde fietsen vallen in beginsel onder het Europese productveiligheidskader van Verordening (EU) nr. 168/2013.Deze Verordening wordt in Nederland soms aangeduid als de ‘Bromfietsverordening’.Die benaming acht ik minder gelukkig, omdat de verordening niet uitsluitend betrekking heeft op bromfietsen, maar op voertuigen van categorie L in bredere zin, waaronder ook andere twee- en driewielige voertuigen en vierwielers. Voor voertuigen die binnen de werkingssfeer van deze verordening vallen, geldt in beginsel dat zij aan het typegoedkeuringsregime van die verordening moeten voldoen alvorens zij op de markt worden aangeboden of in gebruik worden genomen.
21. Artikel 2, tweede lid, onder h, van Verordening (EU) nr. 168/2013 zondert bepaalde fietsen met trapondersteuning uit van de werkingssfeer van die verordening. Die uitzondering geldt voor voertuigen met een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van ten hoogste 0,25 kW, waarvan de ondersteuning progressief afneemt en uiterlijk bij 25 km/u wordt beëindigd, dan wel eerder zodra de bestuurder ophoudt met trappen. In het normale spraakgebruik wordt dit type fiets veelal aangeduid als een ‘e-bike’, waaronder ook fatbikes kunnen vallen.
22. Indien een elektrisch ondersteunde fiets niet aan deze voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld omdat de motor een hoger vermogen heeft dan 0,25 kW, en/of omdat de elektrische trapondersteuning ook boven 25 km/u blijft werken, en/of omdat het voertuig zich door middel van een gashendel zelfstandig kan voortbewegen zonder dat wordt getrapt (behoudens een toegestane loopondersteuning tot 6 km/u), valt die fiets niet onder deze uitzondering. Een dergelijk voertuig valt dan binnen de werkingssfeer van Verordening (EU) nr. 168/2013 en dient in beginsel te zijn typegoedgekeurd. Om die reden valt bijvoorbeeld een zogenoemde speed pedelec, die trapondersteuning biedt tot ongeveer 45 km/u, wel onder de werkingssfeer van deze verordening en dient te worden typegoedgekeurd.
23. Fietsen met trapondersteuning die onder de uitzondering van artikel 2, tweede lid, onder h, van Verordening (EU) nr. 168/2013 vallen, zijn uitgezonderd van de werkingssfeer van die verordening en vallen in beginsel onder het productveiligheidskader van de Machinerichtlijn 2006/42/EG.De
Guide to application of the Machinery Directivebevestigt dat electrically power assisted cycles (EPAC’s/pedelecs) die buiten de werkingssfeer van de Europese voertuigtypegoedkeuring vallen, onder de Machinerichtlijn vallen. Deze Guide is niet juridisch bindend, maar geldt wel als gezaghebbende toelichting van de Europese Commissie.
24. Binnen dit productveiligheidskader speelt voor e-bikes EN 15194:2017 een belangrijke rol. Deze norm is onder de Machinerichtlijn 2006/42/EG geharmoniseerd voor elektrisch ondersteunde fietsen. Indien een e-bike overeenkomstig EN 15194:2017 is ontworpen en met goed gevolg volgens die norm is beproefd, bestaat in beginsel een vermoeden van overeenstemming met de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen van de Machinerichtlijn, voor zover die norm die eisen afdekt. EN 15194:2017 bevat in dat verband technische en veiligheidsvoorschriften voor elektrisch ondersteunde fietsen.
25. De technische criteria van artikel 1, eerste lid, onder ea, Wegenverkeerswet 1994 vertonen in belangrijke mate overlap met het Europese productkader voor elektrisch ondersteunde fietsen. Zowel de Nederlandse wettelijke definitie als artikel 2, tweede lid, onder h, van Verordening (EU) nr. 168/2013 hanteren immers dezelfde kernparameters, te weten een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en een ondersteuning die progressief afneemt en uiterlijk bij 25 km/u wordt beëindigd, dan wel eerder zodra de bestuurder ophoudt met trappen. Ook EN 15194:2017 sluit bij deze technische uitgangspunten aan.
26. In zoverre bestaat duidelijke inhoudelijke overeenstemming tussen het Nederlandse verkeersrechtelijke criterium en het Europese productkader. EN 15194:2017 gaat evenwel verder dan deze kerncriteria alleen en bevat daarnaast aanvullende technische en veiligheidsvoorschriften voor elektrisch ondersteunde fietsen, onder meer op het gebied van constructieve veiligheid, elektrische veiligheid, markering, labeling, documentatie en conformiteitsbeoordeling.
27. Voor de beantwoording van de hier voorliggende onderzoeksvragen is in het bijzonder van belang of het onderzochte voertuig voldoet aan het verkeersrechtelijke criterium van artikel 1, eerste lid, onder ea, WVW 1994.