Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[naam eiser 1] ,
2.
[naam eiser 2],
1.De zaak in het kort
3.De beoordeling in het tussenvonnis van 3 juli 2024
4.Het causaal verband
alleaangrenzende eigenaren overeenstemming hebben bereikt. Het initiatief om te komen tot die overeenstemming ligt bij de aanvrager, in dit geval dus [de koper] . Er was, zoals in het tussenvonnis is overwogen, geen nader beleid om vast te stellen welke van de eigenaren als (als enige) in aanmerking komt voor de aankoop. Als de gemeente wél overeenkomstig haar beleid zou hebben gehandeld, zou zij de reststrook niet hebben verkocht en zou zij dus eigenaar zijn gebleven. De rechtbank legt dat hierna uit.
5.De schade
€ 950.000,00 met als bijzonder uitgangspunt dat [de eiser] eigenaar zou zijn van de reststrook. De schade die [de eiser] lijdt doordat hij nooit eigenaar kan worden van de reststrook, is berekend door de huidige staat én de aankoopkosten van het bijzonder uitgangspunt af te trekken. Op de zitting is met partijen besproken dat de aankoopkosten dan kennelijk - in afwijking van de werkelijke koopsom die [de koper] heeft betaald - op
€ 14.000,00 zijn begroot, ook al staat dat niet met zoveel woorden in het rapport.
6.De beslissing
[datum] 2026om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,
15 april 2026.