6.1.De burgemeester hanteert beleid bij het toepassen van zijn bevoegdheden op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet (zie onder 4.2). Het gaat hier om een eerste overtreding van de Opiumwet. Er is zowel soft- als harddrugs in de woning aangetroffen. Volgens deze beleidsregels kan bij overtreding van de Opiumwet de woning voor de duur van drie maanden worden gesloten. Bij verzwarende omstandigheden kan een langere duur worden opgelegd. De burgemeester heeft in het bestreden besluit gemotiveerd waarom er in dit geval sprake is van een ernstig geval (de hoeveelheid aangetroffen drugs, de bekendheid van de woning als drugspand, drugshandel in en vanuit de woning, overlast vanuit de woning, vermoeden dat betrokkenen verkeren in kringen van personen met antecedenten ten aanzien van de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie). De burgemeester was van plan om de woning voor de duur van zes maanden te sluiten, maar heeft de sluiting van de woning beperkt tot drie maanden vanwege de persoonlijke omstandigheden van verzoekster. Deze duur is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gemotiveerd en past binnen de beleidsregels.
Is de sluiting voor de duur van drie maanden evenredig?
7. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de evenredigheidstoets is neergelegd in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit dat artikel volgt dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Uit vaste rechtspraak volgt dat de factoren geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid een rol kunnen spelen bij de toetsing van een besluit aan de norm van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb.Verzoekster voert in de kern aan dat sluiting gelet op het tijdsverloop geen geschikt middel meer is, de noodzaak om te sluiten ontbreekt en dat de sluiting niet evenwichtig is.
De voorzieningenrechter betrekt daarom de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van de maatregel bij de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter bespreekt dee aspecten afzonderlijk van elkaar.
Is de sluiting een geschikt middel?
8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sluiting van de woning een geschikt middel is om het doel, te weten herstel van de openbare orde en het wegnemen van bekendheid van de woning in het drugscircuit, te bereiken. Tussen de doorzoeking op 12 december 2025 en het bestreden besluit van 17 maart 2026 zit enige tijd, maar deze tijd is niet zo lang dat sluiting redelijkerwijs niet meer kan bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een sluiting worden gediend. Dat de ex-partner de toegang tot de woning is ontzegd, maakt dit niet anders.
Is de sluiting noodzakelijk?
9. Verzoekster stelt dat sluiting van de woning niet noodzakelijk is voor de bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Er is geen sprake geweest van loop naar de woning, de woning staat niet bekend als drugspand en de woning houdt geen verband met het criminele milieu. Er zijn geen incidenten op of bij de woning geweest die daar aanleiding voor geven. Bovendien heeft de ex-partner geen toegang meer tot de woning van verzoekster.