Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 15 september 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 5 november 2025 waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging productie van Stichting IJsselgraaf.
2.De kern van de zaak
sabbaticals). Deze verlofmogelijkheid is geregeld in de cao Primair Onderwijs, in het hoofdstuk over Professionalisering en Duurzame Inzetbaarheid (PDI). [de eiser] heeft een meerjarenplan opgesteld waar haar verzoek in staat (PDI-plan). Stichting IJsselgraaf heeft aanvankelijk overwegend positief gereageerd op het plan, met de kanttekening dat over het verlof ieder jaar overleg moet plaatsvinden in verband met de werkverdelingsplannen. Vervolgens heeft Stichting IJsselgraaf aan [de eiser] laten weten dat het hoe dan ook niet mogelijk is langere periodes verlof te nemen in verband met fiscale regelgeving en de uitwerking daarvan in de cao en het beleid van Stichting IJsselgraaf.
3.De feiten
U heeft in uw mail van 27 juni jl. een verzoek gedaan voor opname van Duurzame Inzetbaarheid. Op [geboortedag] bereikt u de leeftijd van 57 jaar. Het College van Bestuur gaat akkoord met uw verzoek.
Wanneer iemand een schooljaar extra verlof wil opnemen, dient die persoon dit in elk geval aan het einde van het schooljaar ervoor te bespreken met de leidinggevende. Vervolgens kijken we in hoeverre dit te realiseren is en wordt het opgenomen in de werkverdelingsplannen van dat schooljaar. In jouw geval dien je een verzoek voor verlof in aan het begin van het betreffende schooljaar, zonder onderliggend plan voor de komende 5 jaar. Het is je recht dat je gespaarde PDI uren mag opnemen (nogmaals op basis van een van tevoren ingediend plan). Het is geen recht de uren op te nemen wanneer jij wilt.”
Detail Uren berekening’ bijgevoegd, waarin zij per maand aangeeft hoeveel uren zij opbouwt en spaart en wanneer zij de uren wil opnemen. In dat overzicht is de opname van uren steeds gepland in de maanden maart of april.
Dank je wel voor dit uitgebreide overzicht. Het geeft een goed beeld van de uren die je opbouwt en jaarlijks wilt gaan opnemen. Zoals je al in een mail hebt aangegeven geeft jou een wat langer aaneengesloten periode vrij de gelegenheid om te reizen en even wat afstand te nemen, om daarna weer energiek aan het werk te kunnen gaan.
Wat betreft je verlofvraag: Ik heb overleg gehad met [medewerker 1] . Zij heeft een stuk opgesteld met informatie en richtlijnen over duurzame inzetbaarheid voor alle personeelsleden van IJsselgraaf. Deze wordt zeer binnenkort gedeeld. Het gaat onder andere over duurzame inzetbaarheid waarbij je wel 50% van je werktijdfactor aanwezig hoort te zijn op je werkplek. Dit zou betekenen dat je geen lange periodes vrij kunt nemen voor bijvoorbeeld een verre reis.”
In de mail geeft [de eiser] aan dat zij in 2026 van donderdag 2 april tot en met zondag 3 mei 96 uren wil opnemen in het kader van de duurzame inzetbaarheidsregeling. Ook geeft zij alvast de data voor in 2027 door, namelijk vrijdag 12 maart tot en met zondag 3 mei.
In het verlengde hiervan heeft cliente -coulancehalve- besloten om de aanvraag voor de opname van PDI uren voor dit schooljaar (2025/2026) goed te keuren. Zij vindt de hele gang van zaken voor uw cliente uitermate vervelend en wil -nogmaals- ook zoveel mogelijk proberen rekening te houden met de wensen van haar werknemers. Uw cliente wordt verzocht om voor het volgende schooljaar (2026/2027) tijdig een nieuwe aanvraag in te dienen voor wijze waarop zij haar PDI uren voor dat schooljaar wil inzetten.”
opname PDI-uren oudere werknemer voor een sabbatical waardoor er minder dan 50% feitelijk per week wordt gewerkt, is derhalve niet in overeenstemming met artikel 8.7 lid 1 URLB 2011, waardoor de werkgever RVU-risico loopt.”
4.Het geschil
–primair dat voor recht wordt verklaard dat er tussen partijen een schriftelijke overeenkomst bestaat over de wijze van sparen, opbouw en opname van PDI-uren en dat [de eiser] gerechtigd is om verlof op te nemen in de in het plan weergegeven periodes:
- voor het schooljaar 2025/2026: 96 uur vanaf april 2026;
- voor het schooljaar 2026/2027: 192 uur vanaf maart 2027;
- voor het schooljaar 2027/2028: 96 uur vanaf april 2028;
- voor het schooljaar 2028/2029: 192 uur vanaf maart 2029;
- voor het schooljaar 2029/2030: 96 uur vanaf april 2030;
- voor het schooljaar 2030/2031: 192 uur vanaf maart 2031;
- voor het schooljaar 2031/2032: 96 uur vanaf april 2032.
5.De beoordeling
In aanvulling op de opgedragen professionalisering zoals opgenomen in artikel 9.3 maken werknemer en werkgever jaarlijks afspraken over professionalisering en duurzame inzetbaarheid (PDI) van de werknemer aansluitend bij de individuele behoefte van de werknemer.
Opname van verlof als bedoeld in dit hoofdstuk mag geen regeling voor vervroegde uittreding opleveren zoals bedoeld in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (tekst 2014). In dit geval dient steeds ten minste 50% van de aan het verlof voorafgaande betrekkingsomvang feitelijk per week te worden gewerkt.”
werkgever en werknemer stemmen in met de gemaakte afspraken”. Om die reden mocht [de eiser] er ook niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat overeenstemming bestond over de wijze van opname en de verlofdata van het gehele plan.
, omdat er dan niet feitelijk 50% van de aanstellingsomvang per week wordt gewerkt. In de visie van Stichting IJsselgraaf levert minder dan 50% werken per week een vervroegde uittreding op in de zin van artikel 8.7 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en artikel 32ba Wet op de loonbelasting 1964. In artikel 32ba Wet op de loonbelasting staat (in de kern) dat een werkgever een tarief van 57,7% aan belasting moet betalen als er sprake is van een regeling voor vervroegde uittreding. Dat laatste is het geval als een regeling ten doel heeft om voorafgaand aan het ingaan van de AOW te voorzien in een verstrekking ter overbrugging van de periode tot het ingaan van die AOW. In artikel 8.7 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 is een nadere bepaling opgenomen over in welke gevallen een regeling wordt aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding.
bijvoorbeeld sabbatical(zie artikel 9.6 lid 2 cao). Met de eerdergenoemde belastingregels over vervroegde uittreding beoogt de overheid eveneens te stimuleren om (gezond) door te werken tot de pensioengerechtigde leeftijd, met een fiscaal ongunstig hoog tarief als gevolg indien dat niet het geval is. De PDI-regeling en de belastingregels streven dus (deels) hetzelfde doel na.
in dit geval’ in voornoemde cao-bepaling niet te verklaren. Bovendien moet steeds objectief worden vastgesteld of sprake is van vervroegde uittreding. Als [de eiser] jaarlijks in het voorjaar een PDI-sabbatical (maximaal 340 uren per jaar) opneemt en vervolgens weer aan het werk gaat is dat verlof – zonder nadere toets – niet te beschouwen als een overbrugging naar de AOW-leeftijd. De cao staat ook geen ‘PDI-urenstuwmeer’ toe, zodat de PDI-uren in beginsel ook feitelijk niet door een individuele werknemer kunnen worden ingezet als vervroegd pensioen of het eerder stoppen met werken. Dat de belastinginspecteur een zienswijze heeft gegeven over het RVU-risico doet aan voorgaande niet af. Kortom, de fiscale regels vormen geen gewichtige reden voor het weigeren van de door [de eiser] gewenste verlofopname voor 2027.