Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van
Sue B.V., te [plaats] , eiseres
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid)te Den Haag, de Staat.
Inleiding
Totstandkoming van de besluiten
27 september 2021 gevoegd.
16 september 2021. Op basis van het rapport concludeert de minister dat de referentie-omzet over 2019 te hoog is vastgesteld. Dat betekent dat eiseres over de meetperiode van mei tot en met juli 2020 minder dan 20% omzetverlies heeft en er geen recht is op NOW. Eiseres wordt in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken te reageren. De besluiten op de aanvragen voor de definitieve berekeningen op grond van de NOW 2 en NOW 3 (3.1 en 3.2) houdt de minister aan, totdat een definitief besluit is genomen over de NOW 1. Met haar brief van 21 juli 2022 heeft de gemachtigde van eiseres op de brief van de minister van 22 juni 2022 gereageerd. Kort samengevat stelt eiseres daarin dat de verkoop wel onderdeel is van de referentie-omzet. Vervolgens heeft de minister het primaire besluit I afgegeven.
Beoordeling door de rechtbank
Eiseres heeft alle vereiste gegevens juist en volledig opgegeven en de definitieve subsidieaanvraag door een accountant laten controleren. Bij het opstellen en vaststellen van de jaarrekening over 2019 is een bestendige gedragslijn gevolgd en deze jaarrekening is goedgekeurd door de accountant. De NOW-regeling schrijft voor dat de jaarrekening over 2019 moet worden gevolgd en eiseres had geen mogelijkheid om hiervan af te wijken.
Van misbruik of oneigenlijk gebruik van de NOW 1, zoals bedoeld in de toelichting op artikel 16 van Pro de NOW 1, is geen sprake. Er zijn geen zaken doelbewust anders voorgesteld. De jaarrekening over 2019 is op dezelfde wijze (als voorheen) opgesteld en door de accountant gecontroleerd. De coronacrisis en de NOW-regeling speelden toen nog niet. Gezien wat eiseres heeft aangevoerd, bestond er voor de minister geen bevoegdheid om het eerste definitieve vaststellingsbesluit te wijzigen.
Uit artikel 4.1 van de Settlement Agreement blijkt dat eiseres het bedrag van € 1.750.000 heeft ontvangen voor de overdracht van de Assigned Rights (handelsmerken, domeinnamen en sociale media-accounts), het stoppen van het gebruik van de Assigned Rights en de handelsnaam Snow, en de beëindiging van het geschil. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat het bedrag van € 1.750.000 als omzet uit de normale bedrijfsactiviteiten van eiseres moet worden beschouwd. Er is sprake van een incidentele en uitzonderlijke transactie die veel verder gaat dan de verkoop van alleen domeinnamen. Daarom behoeft de vraag of de verkoop van domeinnamen tot de normale bedrijfsactiviteiten van eiseres behoort niet meer besproken te worden. Dat geldt ook voor de vraag of het hier gaat om de verkoop van een immaterieel vast actief (en of de opbrengst van die verkoop tot de omzet uit normale bedrijfsactiviteiten gerekend moet worden).
8.6. Van de accountant die een verklaring afgeeft die kan worden gevoegd bij de aanvragen van werkgevers, zoals eiseres, om vaststelling van de tegemoetkoming, wordt volgens de tekst van de verklaring verlangd dat hij een oordeel uitspreekt over (onder meer) de in de aanvragen opgegeven netto-omzet over de referentieperiode. Dat oordeel houdt volgens de verklaringen in dat “in alle van materieel belang zijnde aspecten” de in de bijgevoegde aanvraag opgenomen opgave van (het bedrag van) de netto-omzet “[is] opgesteld in overeenstemming met de vereisten bij of krachtens de NOW-regeling.”
Over het onderzoek dat aan dit oordeel ten grondslag ligt, staat in de accountantsprotocollen voor de situatie dat bij de jaarrekening over 2019 een controleverklaring door een accountant is verstrekt, dat de accountant in het kader van zijn werkzaamheden kan uitgaan van de omzet, opgenomen of afgeleid van de onderzochte jaarrekening waarbij de verklaring is verstrekt. Daaraan is toegevoegd: “Hierbij hoeft alleen te worden vastgesteld of rekening is gehouden met de definitie en bepalingen ten aanzien van de omzet zoals is opgenomen in de regeling. (…) Van de accountant wordt geen aanvullend onderzoek op de juistheid en volledigheid van de omzet gevraagd in het kader van deze regeling, anders dan opgenomen in de laatste twee alinea’s van deze subparagraaf 2.2.1”.
In de eerste van deze twee alinea’s staat (samengevat) over de vereisten inzake de netto-omzet dat de accountant bedacht moet zijn op mogelijke risico’s en werkzaamheden moet uitvoeren die op deze risico’s zijn afgestemd. In de voor de aanvragen van eiseres toepasselijke tabel B.2 (risico’s en werkzaamheden omzet referentieperiode) is als risico geïdentificeerd, dat de netto-omzet over de referentieperiode niet is bepaald in overeenstemming met de definitie in artikel 1, tweede lid, van de NOW 1 alsmede de toelichting hierop. De uit te voeren werkzaamheden behelzen bijvoorbeeld een bespreking met het management over hoe de opgave van de netto-omzet is opgesteld. Daaraan is toegevoegd: “Hoe de netto-omzet is bepaald t.b.v. de NOW-subsidie op grond van de NOW-regeling: Hoe is gewaarborgd dat grondslagen goed zijn toegepast; en hoe juistheid referentie-omzet is gewaarborgd. Hierbij mag uitgegaan worden van de gecontroleerde en/of samengesteld definitieve (inrichtings)jaarrekening 2019 (…) waarbij wel vastgesteld wordt of de juiste definitie is gehanteerd.” In de nadere toelichting op (onder meer) deze tabel in het accountantsprotocol is vermeld, dat de tabellen niet alle risico’s bevatten en dat de accountant op basis van zijn professioneel kritische instelling en risicoanalyse moet bepalen welke risico’s aanwezig zijn in de specifieke situatie en welke werkzaamheden dan uitgevoerd moeten worden. Welke werkzaamheden dat zijn, is volgens de toelichting onder meer afhankelijk van de omstandigheid of er eerder accountantscontrole heeft plaatsgevonden. Hierbij is relevant dat de gebruiker van de accountant verwacht, dat er een volledige risicoanalyse en planning en uitvoering van de werkzaamheden heeft plaatsgevonden en is vastgelegd in het dossier. Uit de hier toepasselijke standaard 3900N volgt, dat de gebruiker van de verklaring bij de aanvraag de minister (het UWV) is.