Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3709

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
NL26.4763
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Vw 2000Informatiebericht 2022/102Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Moldavische LHBTI-vrouw wegens onvoldoende zwaarwegend risico

Eiseres, een Moldavische vrouw afkomstig uit Transnistrië, verzocht om asiel vanwege haar lesbische geaardheid en de vermeende onveilige situatie voor LHBTI-personen in Moldavië en Transnistrië. De minister wees haar aanvraag af omdat de geloofwaardigheid van haar seksuele gerichtheid in het midden werd gelaten en de problemen die zij vreest onvoldoende zwaarwegend werden geacht.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid in het midden liet, aangezien de minister bij de beoordeling van de zwaarwegendheid uitgaat van de verklaringen van de vreemdeling zonder deze te betwisten. De aangevoerde jurisprudentie door eiseres was niet van toepassing omdat daar de geloofwaardigheid wel werd betwist.

Verder stelt de rechtbank vast dat eiseres toegang heeft tot Moldavië en dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de risico's voor haar niet zodanig zwaarwegend zijn dat zij als vluchteling kan worden erkend. Hoewel discriminatie en beperkte acceptatie van LHBTI-personen in Moldavië bestaan, is er wettelijke bescherming en zijn er organisaties die hulp bieden. Er is geen sprake van systematische vervolging of onmenselijke behandeling.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter W. Loof en griffier J. de Lange op 7 mei 2026 te Arnhem.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.4763

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M.R. Stuart).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister mocht de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van eiseres in het midden laten en heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de problemen waar eiseres voor vreest onvoldoende zwaarwegend zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 januari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres is van Moldavische nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 2007. Zij legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is afkomstig uit Transnistrië, een enclave in Moldavië. Ze heeft Moldavië verlaten omdat zij lesbisch is. Eiseres kan niet terugkeren naar Moldavië, omdat de bevolking in Moldavië tegen de LHBTI-gemeenschap is.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- haar identiteit, nationaliteit en herkomst;
- haar seksuele gerichtheid.
De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit en nationaliteit van eiseres geloofwaardig zijn. Ook de herkomst van eiseres heeft de minister geloofwaardig geacht, in die zin dat de minister wel geloofwaardig acht dat zij uit Moldavië komt, maar niet dat zij uit Transnistrië komt. De geloofwaardigheid van haar seksuele gerichtheid laat de minister echter in het midden [1] , omdat wat eiseres heeft verklaard hoe dan ook onvoldoende zwaarwegend [2] is om aan te nemen dat eiseres verdragsvluchteling [3] is of een reëel risico loopt op ernstige schade. [4] De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.
Mocht de minister de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van eiseres in het midden laten?
5. Eiseres betoogt dat de minister de geloofwaardigheid van haar seksuele gerichtheid ten onrechte in het midden heeft gelaten, en haar aanvraag heeft afgedaan op zwaarwegendheid. De zaak van eiseres leent zich daar niet voor. Volgens het informatiebericht [5] waarin deze werkwijze is vastgelegd, is die werkwijze namelijk in eerste instantie bedoeld voor zaken waarin de asielmotieven niet-asielgerelateerd zijn. Daarnaast is sprake van één of meer van de in dat informatiebericht opgesomde gevallen waarin een zaak zich niet op voorhand leent voor afdoening op zwaarwegendheid. Verder wijst eiseres op twee uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam. [6]
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van eiseres in het midden mocht laten. Overwogen wordt dat de in het informatiebericht opgenomen opsomming van zaken waarvoor de werkwijze zich leent niet limitatief is. Hoewel de werkwijze in beginsel zal worden toegepast in de daar genoemde zaken, is het ook mogelijk dat de werkwijze wordt toegepast in andere soorten zaken. De werkwijze houdt namelijk alleen in dat de minister overgaat tot het beoordelen van de zwaarwegendheid, waarbij hij volledig uitgaat van de verklaringen van de vreemdeling. De minister doet in die zin dus een aanname in het voordeel van de vreemdeling. Mits de minister de verklaringen van de vreemdeling ook daadwerkelijk volgt bij de beoordeling van de zwaarwegendheid, staat het de minister vrij om dat te doen. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat de minister de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres alsnog in twijfel heeft getrokken. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres dat ook niet betwist. De door eiseres aangehaalde uitspraken maken de conclusie daarom ook niet anders. In die zaken betwiste de minister namelijk alsnog de geloofwaardigheid van bepaalde onderdelen van de asielmotieven.
Heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de problemen waar eiseres voor vreest onvoldoende zwaarwegend zijn?
6. Eiseres betoogt dat de minister haar problemen ten onrechte onvoldoende zwaarwegend vindt. Eiseres vreest dat zij bij terugkeer naar Moldavië wordt blootgesteld aan een situatie die in strijd is met het verbod op een onmenselijke behandeling en haar recht op respect voor haar privéleven. Zij zal niet zichzelf kunnen zijn en haar geaardheid niet naar buiten kunnen brengen of uiten. De positie van LHBTI’ers is niet alleen in Transnistrië slecht, maar ook in Moldavië, zodat eiseres ook daar geen hulp zal krijgen. [7] Uit landeninformatie blijkt bovendien dat niet in zijn algemeenheid te stellen is dat eiseres zich in een ander deel van Moldavië kan vestigen. Er is namelijk sprake van een blokkade van Transnistrië door Moldavië en Oekraïne. Ook is er kort geleden wetgeving in werking getreden waarmee de Moldavische nationaliteit van mensen uit Transnistrië kan worden ingetrokken. [8] De minister heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd dat eiseres zich in een ander deel van Moldavië kan vestigen. Ook blijkt uit de verklaringen van eiseres dat zij zich niet eerder buiten Transnistrië heeft begeven.
6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Allereerst heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres toegang heeft tot Moldavië, nu eiseres de Moldavische nationaliteit en een Moldavisch paspoort heeft. Daar komt bij dat de minister de herkomst van eiseres uit Transnistrië niet geloofwaardig heeft geacht, wat door eiseres in beroep niet is bestreden. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat er voor haar een belemmering bestaat om naar het deel van Moldavië buiten Transnistrië te reizen. Bovendien heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat, ook als het wel aannemelijk zou zijn dat eiseres uit Transnistrië komt, zij toegang heeft tot het deel van Moldavië buiten Transnistrië. In de eerste plaats overweegt de rechtbank dat eiseres op dit moment simpelweg niet in Transnistrië is. De blokkade die Oekraïne en Moldavië hebben opgeworpen kan dan ook geen belemmering zijn voor eiseres om naar het deel van Moldavië buiten Transnistrië te reizen. Dat Moldavië de grenscontroles met Transnistrië heeft aangescherpt betekent ook niet dat Moldavische burgers Transnistrië niet kunnen verlaten om ergens anders in Moldavië te wonen. Uit een door eiseres aangehaald artikel blijkt dat mensen Transnistrië op dit moment ook daadwerkelijk verlaten. Verder gaat de wet over het intrekken van de Moldavische nationaliteit van Transnistriërs over een specifieke groep personen, namelijk mensen die betrokken zijn bij illegale gewapende groeperingen. Eiseres heeft niet verklaard tot een dergelijke groepering te behoren. Er bestaat dan ook geen reden om te denken dat eiseres haar Moldavische nationaliteit dreigt te verliezen als gevolg van die wet.
6.2.
Verder heeft de minister zich terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de problemen waar eiseres voor vreest onvoldoende zwaarwegend zijn. Hoewel uit landeninformatie blijkt dat de LHBTI-gemeenschap ook in de Moldavische samenleving weinig acceptatie geniet, heeft de minister er terecht op gewezen dat relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht er wettelijk zijn toegestaan. Daarnaast verbiedt de wet discriminatie op grond van seksuele gerichtheid, onder meer op de arbeidsmarkt, en heeft het Moldavische parlement recent een wet aangenomen waarin LHBTI-identiteit is opgenomen in de lijst met gronden die bescherming bieden tegen alle vormen van discriminatie. Verder zijn er organisaties die opkomen voor de rechten van LHBTI-mensen en hulp verlenen aan LHBTI-mensen met zowel psychische als juridische problemen. Ook bestaan er instanties zoals de Equality Council, die klachten over discriminatie in behandeling nemen en onderzoeken. [9] De minister heeft er ook terecht op gewezen dat er in 2024 volgens de door eiseres zelf aangedragen landeninformatie een relatief beperkt aantal misdrijven zijn geregistreerd die zijn ingegeven door genderidentiteit of seksuele gerichtheid. Hoewel elk incident er één te veel is, is er dus geen sprake van een zodanig patroon dat er gesproken kan worden van systematische vervolging of van een situatie waarin de autoriteiten niet in staat zijn bescherming te bieden. De minister heeft verder terecht gesteld dat niet elke aantasting van het recht op het uiten van de seksuele gerichtheid een daad van vervolging in de zin het Vluchtelingenverdrag vormt. Dat eiseres haar seksuele gerichtheid in Moldavië niet op dezelfde wijze zal kunnen uiten als in Nederland, heeft de minister dan ook onvoldoende mogen vinden. De minister heeft zich ook terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiseres in Moldavië zo ernstig zal worden beperkt in haar bestaansmogelijkheden dat het voor haar onmogelijk is om op sociaal en maatschappelijk niveau te functioneren.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie paragraaf C1/4.1, onder 5, van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) en Informatiebericht (IB) 2022/102.
2.Paragrafen C1/4.4 en C1/4.5 van de Vc 2000.
3.Artikel 29, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
4.Artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vw 2000.
5.Informatiebericht (IB) 2022/102.
7.Eiseres wijst op landeninformatie van VluchtelingenWerk Nederland (VWN).
8.Eiseres wijst op een aantal nieuwsartikelen.
9.BAMF - Bundesamt für Migration und Flüchtlinge - Presse - Länderkurzinformation Moldau 01/25 (SOGI), pagina 9.