ECLI:NL:RBGEL:2026:4048
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede om zijn bijstandsuitkering per 13 februari 2026 te beëindigen. Het college stelde dat verzoeker zijn inlichtingenplicht had geschonden door zijn inkomsten en werkuren niet door te geven, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat de inlichtingenplicht is geschonden en dat het recht op bijstand daardoor niet kan worden vastgesteld. Verzoeker erkent dat hij nalatig is geweest in het doorgeven van gegevens, maar voert medische beperkingen aan als oorzaak. Dit verweer wordt verworpen omdat de inlichtingenplicht objectief is en nalatigheid van de bewindvoerder voor rekening van verzoeker komt.
Hoewel verzoeker loonstroken heeft overgelegd, is het beeld van zijn werkzaamheden te diffuus en inconsistent met de loonstroken om het recht op bijstand nauwkeurig vast te stellen of te schatten. Verzoeker heeft ook een administratie van gewerkte uren niet ingebracht. Daarom heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van de bijstand wordt afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.