ECLI:NL:CRVB:2025:1729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland zonder melding
Appellante ontving bijstand op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. Het college trok de bijstand met ingang van 8 februari 2023 in vanwege een verblijf van meer dan vier weken in het buitenland zonder melding, wat een schending van de inlichtingenverplichting oplevert.
Appellante voerde aan dat zij haar vertrek naar Spanje wel had gemeld en dat er zeer dringende medische redenen waren voor haar verblijf. De Raad oordeelde dat zij dit niet aannemelijk had gemaakt; de WhatsApp-berichten toonden geen melding aan en zij gaf onvoldoende onderbouwing van een acute noodsituatie.
De Raad stelde vast dat de intrekking op grond van de Participatiewet dwingendrechtelijk is en dat het college geen discretionaire bevoegdheid heeft om hiervan af te wijken. Ook het beroep op het fair play-beginsel faalde omdat appellante niet had gemeld dat zij naar het buitenland vertrok.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bleef in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens overschrijding verblijf in het buitenland zonder melding wordt bevestigd.