ECLI:NL:RBGEL:2026:4279
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet wegens herhaald te laat komen
Eiser was sinds 2017 in dienst bij zijn werkgever en werd op 8 mei 2023 op staande voet ontslagen wegens herhaaldelijk te laat komen, ondanks meerdere waarschuwingen. Hij vroeg daarop een WW-uitkering aan, die het UWV weigerde toe te kennen wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank oordeelt dat het UWV het besluit zorgvuldig heeft genomen en dat aan het ontslag een dringende reden ten grondslag lag.
De rechtbank stelt vast dat het UWV aanvankelijk niet alle relevante elementen van het toetsingskader van de Centrale Raad van Beroep heeft betrokken, maar dat dit motiveringsgebrek is hersteld tijdens de zitting. De gedragingen van eiser, waaronder meerdere officiële waarschuwingen en het fors te laat komen vlak voor het ontslag, rechtvaardigen het ontslag. Persoonlijke omstandigheden en psychische problemen van eiser leiden niet tot verminderde verwijtbaarheid.
Ook slaagt het beroep op het evenredigheidsbeginsel niet, omdat de wetgever met de verplichte maatregel in artikel 27 van Pro de WW een volledige afweging heeft gemaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van het UWV om een WW-uitkering toe te kennen wordt ongegrond verklaard wegens verwijtbare werkloosheid.