ECLI:NL:CRVB:2025:345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door overtreden wisselbeleid
Appellante was sinds 2002 in dienst bij een bank en werkte als Medewerker Kas/Balie. Vanaf 1 april 2020 gold een nieuw streng wisselbeleid waarbij wisseltransacties niet meer toegestaan waren vanwege aangescherpte regelgeving van De Nederlandse Bank. Appellante volgde een presentatie over deze regels.
In juli 2020 voerde appellante wisseltransacties uit die in strijd waren met dit beleid, waaronder het accepteren van grote biljetten voor de aankoop van een klein bedrag aan vreemde valuta. Ondanks waarschuwingen en een gesprek werd zij op non-actief gesteld en uiteindelijk ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen. Het Uwv weigerde daarop haar WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank en het gerechtshof oordeelden dat appellante bewust het wisselbeleid omzeilde en dat dit een dringende reden voor ontslag vormde. Hoewel het gerechtshof een transitievergoeding toekende wegens redelijkheid en billijkheid, bleef de verwijtbaarheid voor de WW-uitkering onverminderd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat appellante op grond van haar kennis en ervaring had moeten begrijpen dat haar handelen niet was toegestaan en dat zij het vertrouwen van de werkgever in haar integriteit heeft geschaad. Er zijn geen aanwijzingen dat de werkloosheid haar niet in overwegende mate kan worden verweten, waardoor het Uwv terecht de WW-uitkering weigert.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante verwijtbaar werkloos is en het Uwv terecht de WW-uitkering weigert.