Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4345

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/05/463692 / FA RK 26-745
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:253n BWArt. 1:377a BWArt. 1:377b BWVerdrag van Istanbul
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en ontzegging omgang wegens veiligheidsrisico's en manipulatie

De rechtbank Gelderland heeft op 15 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak over het gezag, de omgang en informatieregeling van twee minderjarige kinderen. De moeder verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag en ontzegging van het omgangsrecht aan de vader vanwege ernstige veiligheidsrisico's en manipulatief gedrag van de vader.

De feiten betreffen een langdurige verstoorde relatie tussen de ouders, waarbij de vader onder meer wordt beschuldigd van agressie, manipulatie, bedreiging en het gijzelen van de moeder. De moeder en kinderen verblijven sinds januari 2026 op een geheime locatie vanwege het hoge risico op geweld. De vader betwist de meeste beschuldigingen en stelt dat de moeder de situatie escaleert.

De rechtbank weegt de verklaringen, politie- en Veilig Thuis-meldingen en concludeert dat er sprake is van een patroon van dwingende controle en manipulatie door de vader, met een ernstig veiligheidsrisico voor moeder en kinderen. Gezien deze omstandigheden wordt het gezamenlijk gezag beëindigd en krijgt de moeder het eenhoofdig gezag. Het omgangsrecht wordt ontzegd omdat omgang ernstige schade zou veroorzaken. De informatieregeling wordt beperkt vastgesteld met communicatie via de moeder zonder reactie van de vader.

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en de rechtbank wijst de overige verzoeken af. De uitspraak houdt rekening met het Verdrag van Istanbul en het belang van veiligheid en rust voor moeder en kinderen.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd, de moeder krijgt eenhoofdig gezag, de vader wordt het omgangsrecht ontzegd en een beperkte informatieregeling wordt vastgesteld.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/463692 / FA RK 26-745
Datum uitspraak: 15 mei 2026
beschikking gezag, hoofdverblijfplaats, zorg-/omgangsregeling en provisionele voorziening
in de zaak van
[naam moeder](hierna: de moeder),
momenteel verblijvende op een geheim adres,
advocaat mr. R.R. Wijnakker uit Arnhem,
tegen
[naam vader](hierna: de vader),
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. K.R.E. Blanken uit Utrecht.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift, ingekomen bij de griffie op 23 februari 2026;
- het F9-formulier met bijlagen van mr. Wijnakker van 16 april 2026;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, ingekomen bij de griffie op 20 april 2026;
- het F9-formulier met bijlage van mr. Blanken van 20 april 2026;
- het F9-formulier met bijlagen van mr. Wijnakker van 21 april 2026;
- het F9-formulier met bijlage van mr. Blanken van 22 april 2026;
- de door mr. Wijnakker tijdens de mondelinge behandeling overgelegde pleitnota;
- de door mr. Blanken tijdens de mondelinge behandeling overgelegde pleitnota.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling van 23 april 2026 zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. R.R. Wijnakker;
- de vader, bijgestaan door mr. K.R.E. Blanken;
- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2.De feiten

2.1.
Uit de relatie tussen de ouders zijn geboren de minderjarige kinderen:
  • [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
  • [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
2.2.
De vader heeft [kind 1] en [kind 2] erkend.
2.3.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
2.4.
[kind 1] en [kind 2] wonen bij de moeder. De moeder heeft nog twee kinderen uit eerdere relaties: [kind 3] (15 jaar) en [kind 4] (9 jaar). Zij wonen ook bij de moeder.
2.5.
Er is geen zorgregeling vastgesteld of overeengekomen.

3.Het verzoek

3.1.
De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In de bodemprocedure
  • de hoofdverblijfplaats van [kind 1] en [kind 2] bij de moeder te bepalen;
  • het gezamenlijk gezag over de kinderen te beëindigen en te bepalen dat het gezag over [kind 1] en [kind 2] voortaan alleen aan de moeder toekomt;
  • primairde vader het recht op omgang met de kinderen voor onbepaalde tijd te ontzeggen,
    subsidiairte bepalen dat de contactregeling tussen de vader en de kinderen zal worden vastgesteld in die zin dat zal worden bepaald dat geen contact c.q. omgang tussen de vader en de kinderen plaats zal vinden, dan wel een regeling die de rechtbank in goede justitie passend vindt.
Als provisionele voorziening
  • te bepalen dat er voorlopig géén contact zal zijn tussen de vader en de kinderen;
  • te bepalen dat het gezag van de vader over [kind 1] en [kind 2] voorlopig zal worden geschorst.
3.2.
De moeder stelt dat in 2013 bij de vader een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling is vastgesteld richting een persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken, met onder meer een lacunaire gewetensfunctie, agressie-regulatieproblematiek en impulsiviteit. Aan de vader is een PIJ-maatregel opgelegd, wegens - voor zover de moeder bekend - een incident waarbij iemand in brand zou zijn gestoken. Er waren veel spanningen in de relatie. Volgens de moeder heeft de vader een gok- en alcoholverslaving. De moeder heeft in 2022 al geprobeerd de relatie met de vader te beëindigen, maar dit werd niet door de vader geaccepteerd en hij weigerde de woning te verlaten. De moeder werd tijdens de relatie door de vader gecontroleerd, denigrerend behandeld en uitgescholden. Begin 2025 heeft de moeder de relatie beëindigd. Vervolgens hebben er meerdere forse incidenten plaatsgevonden, waarbij de veiligheid van de moeder (en de kinderen) in gevaar was. Hiervan zijn meldingen gedaan door de politie bij Veilig Thuis. De vader heeft de woning van de moeder pas verlaten nadat de voorzieningenrechter dit had bepaald in kort geding. De vader vertoonde manipulerend en controlerend gedrag. Zo heeft hij gedreigd zichzelf van het leven te beroven en heeft hij in december 2025 medegedeeld dat hij aan leverkanker stadium 3 zou lijden, waardoor hij nog maar een jaar te leven zou hebben. Dit om ervoor te zorgen dat hij de controle bleef houden over de moeder en in contact bleef. Op 7 januari 2026 heeft de moeder na overleg met het wijkteam de vader bericht het onderling contact te willen verbreken. Met name vanwege de door de vader gestelde diagnose is de moeder die dag toch ingegaan op zijn verzoek tot een persoonlijk gesprek over haar wens tot beëindiging van het contact. Vervolgens heeft de vader haar vier uur lang in zijn woning gegijzeld. In die tijd heeft de vader geprobeerd de moeder te dwingen tot seks en heeft hij haar bedreigd, zowel verbaal als met een mes. De vader heeft een grote hoeveelheid pillen ingenomen en dreigde met suïcide. Uiteindelijk heeft de moeder de woning kunnen verlaten door de vader voor te houden dat zij de kinderen zouden bezoeken. Eenmaal buiten heeft de moeder direct 112 gebeld. De moeder en de kinderen verblijven sinds 9 januari 2026 op een geheim adres. De politie heeft aangegeven dat de moeder niet terug kan naar haar woning, omdat het risico op geweld vanuit de vader als zeer hoog wordt inschat. Er bestaat een serieuze vrees bij de instanties voor femicide. De moeder betwist dat zij borderline heeft, zoals de vader stelt. Dit blijkt nergens uit.
3.3.
Bij voortduring van het gezamenlijk gezag zal de vader op de hoogte raken van de nieuwe verblijfplaats van de kinderen. Het is op dit moment onmogelijk om het gezag samen uit te oefenen. De kinderen zijn weliswaar gestart op een nieuwe school, maar formele aanmelding en inschrijving bij de nieuwe gemeente, kunnen nu nog niet plaatsvinden zonder toestemming van de vader. De moeder verwijst naar het Verdrag van Istanbul en stelt dat het verwijzen van de ouders naar een hulpverleningstraject, gericht op het verbeteren van communicatie, zeer onwenselijk is en de onveiligheid vergroot. De moeder verwijst in dit kader ook naar een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. [1]
Over de omgang stelt de moeder dat de betrokken instanties geen enkele mogelijkheid zien voor contact tussen de kinderen en de vader, bovenal vanwege het risico dat de vader door
omgang uiteindelijk achter de verblijfplaats van de kinderen en de moeder zal kunnen komen, en het daarmee gepaard gaande risico op (fataal) geweld. Ook trajecten van
omgangsbegeleiding kunnen niet de volledige garantie bieden dat de vader niet op de hoogte zal raken van de woonplaats van de moeder. De moeder vindt dan ook dat de vader het recht op omgang met de kinderen ontzegd moet worden.
Wat betreft de door de vader verzochte informatieregeling voert de moeder verweer. Subsidiair moet er eerst meer zicht komen op de veiligheidssituatie. De moeder is niet in staat informatie te sturen waaruit de verblijfplaats te herleiden is. Ook de verzochte frequentie van twee keer per maand is niet passend.

4.Het verweer met zelfstandige verzoeken

4.1.
De vader voert geen verweer tegen het verzoek van de moeder over de hoofdverblijfplaats. Tegen de overige verzoeken voert de vader wel verweer.
4.2.
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
Zowel in de bodemzaak als in de provisionele voorzieningenprocedure
-
primairte bepalen dat de kinderen bij de vader zullen verblijven een weekend om de twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school, tevens een doordeweekse dag nader in onderling overleg te bepalen, waarbij de vader de kinderen van school ophaalt en weer naar school brengt;
subsidiairte bepalen dat tussen de vader en de kinderen een zorgregeling zal gelden, waarbij de vader omgang met de kinderen zal hebben:
o in de eerste maand zullen de kinderen bij de vader verblijven iedere week in het weekend op de zaterdag of zondag gedurende twee uur;
o in de tweede maand zullen de kinderen bij de vader verblijven in het weekend op de zaterdag of zondag gedurende een halve dag;
o vanaf de derde maand verblijven de kinderen eenmaal in de twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school, waarbij de vader de kinderen uit school haalt en maandag naar school brengt;
-
primaireen verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte te bepalen in die zin dat de kinderen bij de vader zullen verblijven, conform het volgende schema:
o in de voorjaarsvakantie verblijven de kinderen bij de vader;
o in de meivakantie verblijven de kinderen de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader;
o in de zomervakantie verblijven de kinderen de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader;
o in de herfstvakantie verblijven de kinderen bij de moeder;
o Eerste Kerstdag verblijven de kinderen in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder. Tweede Kerstdag verblijven de kinderen de even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader;
o verder verblijven de kinderen in principe de eerste week tijdens de kerstvakantie bij de moeder en de tweede week bij de vader;
o tijdens oud en nieuw verblijven de kinderen in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
o dan wel een vakantie- en feestdagenregeling door de rechtbank nader te bepalen;
-
primairte bepalen dat de moeder de vader iedere maand op de eerste en vijftiende van de maand zal informeren per mail over de ontwikkelingen van de kinderen onder verbeurte van een dwangsom van € 250 voor iedere keer dat de moeder nalaat de vader te informeren;
(meer) subsidiair (voor het geval het gezamenlijk gezag wordt beëindigd): dezelfde informatieregeling vastgesteld wordt, nu de vader als niet-gezagdragende ouder recht heeft op informatie over zijn kinderen;
- een zodanige beslissing te nemen die de rechtbank in goede justitie zal vermeent te behoren.
4.3.
De vader stelt dat de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op het verleden van de vader niet relevant zijn voor de onderhavige procedure. De vader betwist de stellingen van de moeder. Er is geen sprake van een alcohol- en gokverslaving. Ook kloppen de incidenten niet die de moeder heeft beschreven en waarvan de politie meldingen heeft gedaan bij Veilig Thuis. Ook betwist de vader dat hij gedreigd zou hebben met suïcide of dat hij terminaal ziek zou zijn en dat bij hem leverkanker is vastgesteld. Hij erkent dat er spanningen waren binnen de relatie, waarbij er wederzijds werd gescholden, maar stelt dat deze spanningen zich niet voordeden in aanwezigheid van de kinderen. Hij heeft wel gezegd dat hij het oneens zou zijn met een nieuwe relatie van de moeder. De vader benadrukt dat de moeder psychische problemen heeft, waaronder PTSS en borderline en dat zij al met PTSS kampte toen hij haar leerde kennen. In de periode van 31 december 2025 tot en met 7 januari 2026 gingen de ouders juist goed met elkaar om. Het is onjuist dat de vader de moeder op 7 januari 2026 urenlang heeft vastgehouden in zijn woning. Partijen zijn weliswaar naar zijn woning gegaan om te spreken over de kinderen, maar de deur was open en de moeder was vrij om op elk moment te vertrekken. De moeder heeft de situatie zonder aanleiding laten escaleren. Er is sprake van een terugkerend patroon bij de moeder, waarbij zij bij het beëindigen van een relatie, direct op zoek gaat naar een andere woning. Indien het niet lukt om zelfstandig te verhuizen, stelt de vader dat de moeder geneigd is de situatie te escaleren, met als doel via instanties alsnog in aanmerking te komen voor een andere woning. Het incident van 7 januari 2026 biedt onvoldoende aanknopingspunten voor een strafrechtelijke vervolging. Bij gebreke van een veroordeling of vervolging kan niet zonder meer worden aangenomen dat er sprake is van zodanig ernstig handelen dat het voortduren van het gezamenlijk gezag onaanvaardbaar is. De moeder heeft zich met een eenzijdig en niet onderbouwd verhaal tot de politie gewend, welk verhaal als waarheid wordt aangenomen.
4.4.
De vader is jarenlang actief betrokken geweest bij de verzorging en opvoeding van de kinderen. Er is nooit sprake geweest van problemen of zorgen omtrent zijn gedrag. Van ontzegging van de omgang kan dan ook geen sprake zijn. Dat er spanningen zijn (geweest) tussen de ouders is hiervoor onvoldoende. De risicobeoordeling, namelijk dat de moeder niet terug kan naar haar eigen woning, betreft de veiligheid van de moeder en niet van de kinderen als zodanig. De vader benadrukt dat (begeleide) omgang met de kinderen niet hoeft te leiden tot contact tussen de ouders. Dit kan namelijk ook via een omgangshuis of een andere instelling worden gefaciliteerd en via een andere gemeente dan waar de moeder feitelijk verblijft. In de tussentijd kan de Raad eventueel onderzoek doen naar de situatie. Voorkomen moet worden dat de vader en de kinderen elkaar straks een jaar niet zien.
4.5.
Wat het gezag betreft stelt de vader dat niet is gebleken is dat hij niet bereid is tot het verlenen van de benodigde toestemming dan wel dat de communicatieproblemen tussen de ouders uitsluitend aan hem te wijten zijn. Een slechte communicatie alleen is ook onvoldoende voor een gezagsbeëindiging. In dat kader verwijst de vader naar twee uitspraken van het gerechtshof Amsterdam. [2] De vader is bereid om de communicatie te laten verlopen via e-mail of een hulpverlener, en om een ouderschapstraject met de moeder aan te gaan. Dat de moeder niet met hem wil communiceren is een eigen keuze.

5.Het advies van de Raad

5.1.
De Raad vindt de situatie zeer zorgelijk en adviseert een raadsonderzoek naar zowel het gezag, de zorg-/omgangsregeling als de informatieregeling. In de tussentijd is (begeleid) contact tussen de vader en de kinderen niet aan de orde. Op dit moment verblijven de moeder en de kinderen op een geheime locatie en wordt door de instanties aangegeven dat het risico op (nieuwe) incidenten hoog is. De moeder is erg bang voor de vader. Als het klopt wat de moeder heeft aangegeven over de incidenten die hebben plaatsgevonden, dan is omgang met de vader niet passend.

6.De beoordeling

Raadsonderzoek
6.1.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een raadsonderzoek te gelasten. De rechtbank acht zich op basis van de stukken en de mondeling behandeling voldoende geïnformeerd om te beslissen op de verzoeken.
Het Verdrag van Istanbul
6.2.
Op 1 maart 2016 is voor Nederland in werking getreden het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (hierna: Verdrag van Istanbul). Dit is een mensenrechtenverdrag waarin aan de overheid verplichtingen worden opgelegd om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden, en waarin aandacht wordt besteed aan de maatregelen die nodig zijn voor de opvang en bescherming van slachtoffers van geweld tegen vrouwen en van huiselijk geweld. Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld, zijn ook slachtoffer van huiselijk geweld.
Verdragspartijen moeten wetgevende of andere maatregelen nemen om te waarborgen dat bij de vaststelling van de voogdij en omgangsregeling voor kinderen rekening wordt gehouden met gevallen van geweld die vallen onder de reikwijdte van het Verdrag (artikel 31 van Pro het Verdrag van Istanbul).
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft duidelijke richtlijnen gegeven voor situaties van huiselijk geweld en drie noodzakelijke stappen voorgeschreven: onmiddellijke actie, adequate inschatting van de risico’s (ook voor de kinderen) en het op basis van die inschatting nemen van adequate en proportionele maatregelen.
Ook uit artikel 19 van Pro het Internationale Verdrag Inzake de Rechten van het Kind (hierna: IVRK) en het daarbij behorende General Comment volgt dat als er signalen zijn van partnergeweld deze nader moeten worden onderzocht, omdat dit direct een belangrijke aanwijzing oplevert dat ook de kinderen slachtoffer kunnen zijn of worden van geweld.
6.3.
In de Nederlandse wetgeving op het gebied van gezag en omgang wordt niet expliciet genoemd dat geweld tegen vrouwen/mannen of huiselijk geweld een factor is waarmee de rechter rekening houdt bij het nemen van zijn beslissing, maar vanzelfsprekend is dat de Nederlandse rechter dat wel (expliciet) moet doen; de veiligheid van de ouder en het kind zal centraal moeten staan bij de vraag welke gezagsbeslissing en/of zorg- of omgangsregeling in het belang van het kind is. Voor de rechtbank betekent dit dat er bij de beslissingen in deze zaak rekening mee zal moeten worden gehouden dat de rechten en de veiligheid van de moeder, [kind 1] en [kind 2] gewaarborgd zijn.
Gezag
Gewijzigde omstandigheden
6.4.
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, als de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van een eerdere beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt. Artikel 1:251a lid 1 en 3 BW zijn van overeenkomstige toepassing.
6.5.
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Uit de overgelegde stukken blijkt dat er door de politie meerdere meldingen bij Veilig Thuis zijn gedaan van incidenten die hebben plaatsgevonden tussen de ouders. Als gevolg hiervan verblijft de moeder met de kinderen om veiligheidsredenen op een geheime locatie. De verstandhouding tussen de ouders is ernstig verstoord en op dit moment vindt er geen onderlinge communicatie plaats.
Inhoudelijke beoordeling
6.6.
De rechter kan het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:251a BW toewijzen als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of als wijziging van het gezag om andere redenen in het belang van het kind noodzakelijk is.
Klem- en verlorencriterium
6.7.
Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen die van belang zijn voor hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Ouders moeten tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen. De rechtbank is van oordeel dat de ouders hier niet toe in staat zijn en overweegt hiertoe het volgende.
6.8.
Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is onder meer het volgende gebleken:
  • op 6 juli 2025 heeft de politie een melding gedaan bij Veilig Thuis over een incident op 5 juli 2025. De moeder heeft de politie gebeld omdat de vader de woning probeerde in te komen door de deur te ‘flipperen’. De politie zag dat de moeder erg overstuur was en dat drie van haar vier kinderen in de woning waren. De moeder gaf aan dat ze een half jaar geleden de relatie met de vader had verbroken, maar dat de vader dit niet accepteerde. De moeder heeft de politie appjes van de vader laten lezen die volgens de politie intimiderend overkwamen (zoals:
  • op 28 augustus 2025 heeft de politie een melding gedaan bij Veilig Thuis over een voorval op 22 augustus 2025. De moeder belde naar de ambulance en die deelde de melding met de politie. De moeder had gemeld dat haar ex-partner (de vader) medicatie had ingenomen om suïcide te plegen. Volgens de ambulance was de ingenomen medicatie niet gevaarlijk. De vader zou thuis zijn weggereden en de moeder was zelf op zoek naar hem. Afspraak was dat de moeder, als ze de vader vond, opnieuw 112 belt. Nadat de moeder belde om te laten weten dat zij achter de vader aanreed, nam de politie het over. De politie heeft de vader, die aan het autorijden was, vervolgens staande gehouden. De vader gaf aan rondjes te rijden en vond daar niks mis mee. Hij wilde verder niet antwoorden op vragen. Een blaas- en drugstest waren negatief;
  • op 5 september 2025 heeft de politie een melding gedaan bij Veilig Thuis over een incident diezelfde dag. De moeder had de politie gebeld omdat de vader met een stanleymes voor de deur zou staan. Toen de politie ter plaatse kwam, bleek de vader niet met een mes gedreigd te hebben. Wel heeft de moeder aangegeven dat de vader toen zij lag te slapen haar kussen had opengesneden met een stanleymes om bij haar telefoon te komen, die zij in haar kussenhoes verstopt had. De vader stond over haar heen toen zij wakker werd. Zij voelde in zijn broekzak een stanleymes, die voor zijn werk zou zijn. De moeder vertelde de politie dat de relatie beëindigd was en dat wilde hij niet. De vader is volgens de moeder agressief, ze vertrouwt hem niet en zij voelt zich mentaal mishandeld, bedreigd en is angstig voor haar eigen veiligheid. Omdat uit het gesprek geen strafbare feiten en omstandigheden bleken, kon de politie niet anders dan de vader weer loslaten en in de woning laten;
  • bij vonnis in kort geding van 19 september 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de vader bevolen om de woning aan de [adres] in [woonplaats] binnen twee weken te verlaten;
  • de appcontacten tussen de ouders van 28 december 2025 (zie rechtsoverweging 6.11);
  • de appcontacten tussen de ouders van 7 januari 2026 (zie rechtsoverweging 6.12);
  • op 8 januari 2026 heeft de politie een melding gedaan bij Veilig Thuis over een incident op 7 januari 2026. De moeder heeft op 7 januari 2026 gemeld dat zij net urenlang is vastgehouden door haar ex-partner en dat hij geprobeerd zou hebben haar dood te steken met een mes. De moeder werd aangetroffen in haar eigen auto op het [locatie] in [plaatsnaam] . De moeder verklaart dat de vader gedurende de laatste jaren steeds verbaal agressiever werd, suïcidaal is en hiervoor antidepressiva slikt. De wijkagent is op de hoogte van de situatie. Met het wijkteam heeft de moeder afgesproken dat zij het contact met de vader moest verbreken. De vader is terminaal ziek. Hij heeft kanker en heeft nog maximaal een jaar te leven. Hierom wilde de moeder vandaag het contact volledig verbreken, omdat ze het er allemaal niet bij kon hebben. De moeder heeft op woensdag 7 januari 2025 om 11.50 uur via Imessage het volgende bericht gestuurd naar de vader:
Uit de melding blijkt dat Veilig Thuis met beide ouders heeft gesproken en dat het wijkteam is geïnformeerd. Veilig Thuis heeft de zaak aan wijkteams [plaatsnaam] overgedragen na een veiligheidsbeoordeling;
  • de moeder heeft op 9 januari 2026 aangifte gedaan van het incident op 7 januari 2026. In de aangifte staat, naast het voorgaande, ook het volgende: [de vader] heeft mijn zoon via Snapchat benaderd en gevraagd om hem te informeren wanneer er een andere man in huis komt. [de vader] heeft dit ook face-to-face aan mijn zoon gevraagd. Helaas is dit niet meer terug te zien omdat Snapchat berichten verwijderd wanneer deze zijn gelezen. [de vader] heeft mijn zoon gedwongen om de huissleutel aan hem te geven zodat hij een kopie van de huissleutel kon maken. Daarnaast heeft hij tegen mijn zoon gezegd: 'als ik erachter kom dat je moeder een andere man in huis laat, dan schiet ik het huis, het maakt niet uit wie ik raak.' Mijn zoon heeft mij dit allemaal verteld op het moment dat ik met mijn zoon in gesprek was. Ik zag dat mijn zoon brak en ik vroeg aan hem wat was omdat hij mij alles kan vertellen. Mijn zoon vertelde toen alles wat ik hierboven heb opgesomd. Mijn zoon is erg bang voor [de vader] en smeekte me om niks tegen [de vader] te zeggen. Verder geeft de moeder aan dat zij sinds vandaag op een veilige en geheime locatie verblijft, omdat zij bang is voor de veiligheid van haar kinderen en haar eigen veiligheid. Voordat zij naar deze geheime locatie is gegaan is via de hulpinstantie middels een tracker applicatie een signaal geweest dat zij een airtag in haar auto heeft zitten. De politie heeft haar voertuig onderzocht, maar geen airtag aangetroffen.
  • in de brief van 3 februari 2026 over het onderzoek naar de urgentieaanvraag voor een woning wordt beschreven dat de moeder en de kinderen samen in twee hotelkamers verblijven in afwachting van een plaatsing. De kinderen kunnen niet naar school. De moeder is erg angstig en heeft last van herbelevingen en nachtmerries. Zij plast hierdoor regelmatig in bed. Zij is bang dat zij in gevaar is, en is zeer bezorgd over de veiligheid van haar kinderen. Uit de brief blijkt verder dat de politie [plaatsnaam] , afdeling huiselijk geweld op basis van de SASH matrix (screeningsinstrument risicometing) het risico op herhaling als zeer hoog inschat. De vader wordt door de politie beschouwd als onvoorspelbaar en onberekenbaar. De moeder mag niet terug naar haar woning, ook niet met inzet van een noodknop;
  • op 2 april 2026 heeft er een multidisciplinair overleg plaatsgevonden, waar een verslag van is gemaakt. Hieruit blijkt dat een terugkeer naar [plaatsnaam] of omgeving niet als reële optie wordt beschouwd, gelet op de aanwezigheid van de vader en de daarmee samenhangende veiligheidsrisico’s. Ook staat in het verslag:
6.9.
Gelet op voorgaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat er sprake is van een patroon, waarbij de vader dwingende controle uitoefent over de moeder, haar manipuleert en dat er sprake is van hoog veiligheidsrisico voor de moeder en de kinderen. De verklaringen van de moeder in de politiemeldingen aan Veilig Thuis over het dwingende, controlerende gedrag van de vader en de toenemende agressie van de vader zijn consistent. De vader betwist het merendeel van de inhoud van de Veilig Thuis-meldingen. Zo heeft hij met betrekking tot de Veilig Thuis melding van 6 juli 2025 tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij de deur niet heeft geflipperd, maar dat hij de deur open wilde maken met een sleutel terwijl er een andere sleutel aan de binnenkant van de deur zat. De rechtbank vindt het echter niet aannemelijk dat de moeder de politie belt als zij de vader de toegang tot de woning niet had ontzegd. Juist het feit dat er een sleutel in de voordeur aan de binnenkant was gestoken ondersteunt de melding van de moeder dat zij wilde beletten dat de vader zich de toegang tot de woning kon verschaffen. Ook heeft de vader naar eigen zeggen niet gedreigd met suïcide of antidepressiva geslikt. Echter, de gedetailleerdheid van de Veilig Thuis melding van 28 augustus 2025, waaruit blijkt dat de moeder de ambulance heeft gebeld en de medicatie die de vader zou hebben ingenomen heeft besproken, in samenhang met het gegeven dat de moeder de vader uit bezorgdheid is gaan zoeken en volgens afspraak weer de politie heeft gebeld toen zij achter hem reed, maakt dat de rechtbank haar verklaring geloofwaardig vindt. De verklaring van de vader dat er niets aan de hand was en hij slechts rondjes aan het rijden was, weegt niet op tegen de geloofwaardigheid van de verklaring van de moeder.
6.10.
Volgens de vader is er sprake van een eenzijdig beeld, gebaseerd op de verhalen van de moeder die als waarheid worden aangenomen. In tegenstelling tot wat de vader stelt blijkt in ieder geval bij de voorvallen in juli, augustus en september 2025 dat hij door de politie is (aan)gesproken. Feit is dat de politie en Veilig Thuis herhaaldelijk betrokken zijn geweest. Uit de meldingen blijkt dat de politie de situatie zorgwekkend vond. Omdat de politie geen voldoende verdenking had voor strafbare feiten zag zij geen mogelijkheden tot strafrechtelijk optreden. De politie zag echter wel aanleiding tot het doen van een melding bij Veilig Thuis, omdat zij zich zorgen maakte over de moeder en de kinderen. Dat de vader de relatiebreuk met de moeder niet accepteerde en hij weigerde de woning te verlaten vindt bevestiging in het feit dat de moeder een kortgedingprocedure heeft moeten aanspannen om de vader de woning uit te krijgen. De stelling van de vader dat er sprake is van een patroon, waarbij de moeder bij het beëindigen van een relatie direct op zoek gaat naar een andere woning en indien het niet lukt om zelfstandig te verhuizen, geneigd is de situatie te escaleren, met als doel via instanties alsnog in aanmerking te komen voor een andere woning, kan de rechtbank dan ook in het licht van deze procedure niet volgen.
6.11.
Naar het oordeel van de rechtbank is ook komen vast te staan dat de vader in strijd met de waarheid aan de moeder heeft verteld dat hij leverkanker stadium 3 heeft en nog maar een jaar te leven heeft, met als doel haar te manipuleren en te controleren. De vader heeft dit betwist en tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij naar een zogeheten bonuman was geweest. Dit is volgens hem een soort waarzegger binnen zijn gemeenschap. Zijn vader had kanker van de drank en de vader had er ook een tijdje last van. De vader wilde niet naar het ziekenhuis en ging daarom naar de bonuman. Deze bonuman had de vader geadviseerd naar het ziekenhuis te gaan, maar de vader zag daar tegenop. Naar de afspraak voor de huisarts is de vader niet gegaan. Volgens de vader heeft hij duidelijk tegen de moeder gezegd dat het nog niet zeker was dat hij leverkanker had, maar dit strookt niet met de overgelegde appcontacten tussen de ouders op 28 december 2025. Hierin beantwoordt de vader de vraag van de moeder of hij leverkanker stadium 3 bevestigend en dat hij een afspraak moest maken om te kijken of hij in aanmerking komt voor chemo. De rechtbank vindt de verklaring van de vader daarom niet aannemelijk. Zeker niet, nu de moeder op basis van de mededeling van de vader de oudste kinderen heeft geïnformeerd over de ziekte van de vader. De moeder heeft op de zitting toegelicht dat zij door de mededeling van de vader een pijn heeft gevoeld naar de kinderen toe die onbeschrijflijk was. De moeder dacht dat de vader dood zou gaan. Daarom heeft zij na de mededeling van de vader ook meer contact tussen de vader en de kinderen laten plaatsvinden.
6.12.
De rechtbank vindt het zeer zorgwekkend dat de vader een ziektebeeld inzet als middel om de moeder te manipuleren en hierdoor meer contact met de moeder af te dwingen. Dit klemt temeer nu uit het overgelegde appcontact op 7 januari 2026 blijkt dat de vader zijn verzonnen ziektebeeld inzet om de moeder ertoe te brengen om naar zijn woning te komen. In het overgelegde appcontact van de ouders in de ochtend van 7 januari 2026 reageert de vader op het voornoemde bericht van de moeder dat zij het contact met hem op deze wijze verbreekt, dat hij wil bellen. Hierop geeft de moeder aan dat zij dit zal doen, maar niet om te discussiëren. Vervolgens reageert de vader dat hij in het echt met haar wil praten en dat hij wil dat zij naar hem toekomt. Hoewel de moeder aangeeft dat zij daar mentaal niet toe in staat is, blijft de vader erop aandringen dat de moeder langskomt. De vader bericht “praat met mij 15 min/20min en dan eindigen we alles qua contact”. Als de moeder aangeeft dat ze erover na zal denken voert hij de druk verder op. De vader bericht “liefst vandaag. Ik heb heel erg last en pijn is ondraaglijk”. De moeder geeft aan niet te kunnen rijden met deze weersomstandigheden en dat ze blij is als ze veilig thuiskomt. Op het bericht van de moeder dat hij naar het ziekenhuis moet reageert de vader dat hij echt last heeft en gaat nadat ze hebben afgesproken. Vervolgens bericht de moeder dat zij na vier uur komt, waarna de vader de druk nog verder opvoert door onder meer te berichten “kan niet meer met de pijn. Als het je eerder lukt probeer eerder. Heb echt last”. De vader geeft aan dat hij nu wel naar het ziekenhuis gaat, later vandaag en dat hij weer bloed plast. Op de vraag van de moeder of hij later een afspraak heeft antwoordt hij dat hij geen afspraak nodig heeft. De moeder bericht vervolgens dat ze er voor half drie probeert te zijn. De vader heeft omstreeks 17:50 uur meerdere keren naar de moeder gebeld.
De rechtbank concludeert dat de vader door doelbewuste manipulatie de moeder ertoe bewogen heeft om naar zijn huis te gaan. Over het voorval zelf heeft de vader tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de moeder maximaal anderhalf uur bij hem binnen is geweest om afspraken over de kinderen te maken, dat ze nog samen naar het tankstation zijn gegaan om sigaretten te halen en dat de moeder plotseling wegreed. Deze verklaring staat echter haaks op de inhoud van het appgesprek, waaruit volgt dat de vader met de moeder wil spreken over dat zij geen contact meer wil met hem en wat de moeder daarover heeft verklaard. De rechtbank vindt de verklaring van de vader dan ook niet aannemelijk.
6.13.
Al met al komt er een beeld naar voren van een man die de relatiebreuk niet accepteert en dwingende controle uitoefent op de moeder om grip op haar te houden. De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat een beëindiging van een relatie altijd moeilijk is en dat hij het liefst bij elkaar bleef. Dat hij het moeilijk zou vinden als zijn kinderen opgevoed zouden worden door iemand anders, dat hij het altijd leuk gehad heeft met de kinderen en dat hij weet wat het is als je biologische vader niet in je leven is. Op de mondelinge behandeling heeft de vader verder verklaard dat hij tegen [kind 3] heeft gezegd “laat niemand zomaar in je huis komen en let op je zusjes”.
6.14.
Hoewel de meldingen van de politie bij Veilig Thuis en de aangifte van de moeder gebaseerd zijn op haar eigen verklaringen/ervaringen en de vader niet strafrechtelijk is vervolgd, is dit civielrechtelijk (zoals in deze zaak) niet doorslaggevend. Bovendien worden de verklaringen van de moeder ondersteund door de veiligheidsinschatting van de politie en de leugen van de vader over dat hij leverkanker stadium 3 zou hebben en nog maar een jaar te leven heeft. Het is aan de rechtbank om in een zaak als deze op basis van de overgelegde stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is verklaard, een inschatting te maken van de veiligheidsrisico’s en daarbij de belangen van de moeder en de kinderen voorop te stellen.
6.15.
Met betrekking tot het veiligheidsrisico overweegt de rechtbank dat de moeder met de kinderen is ondergedoken op een geheime locatie. De politie vindt een terugkeer van de moeder naar de woning in [plaatsnaam] onveilig en heeft het risico op herhaling als zeer hoog geschat. De moeder mag niet terug naar haar woning, ook niet met inzet van een noodknop. In het verslag van het multidisciplinair overleg van 2 april 2026 wordt met betrekking tot het veiligheidsrisico beschreven dat sprake is van een ernstige en structurele dreiging en manipulatie, waarbij de veiligheid van de moeder en de minderjarige kinderen zwaarwegend en acuut in het geding is. De rechtbank heeft mede in het licht van hetgeen zij hiervoor heeft overwogen geen aanleiding om te twijfelen aan het door de betrokken instanties ingeschatte veiligheidsrisico. De stelling van de vader dat er alleen een risico is voor de veiligheid van de moeder kan de rechtbank niet volgen. Als de moeder gevaar loopt, heeft dit immers ook direct gevolgen voor de emotionele veiligheid van de kinderen.
6.16.
Gelet op het door de rechtbank vastgestelde patroon van dwingende controle, manipulatie en het hoge veiligheidsrisico concludeert de rechtbank dat er geen basis is voor het uitoefenen van gezamenlijk gezag door de ouders. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden niet van de moeder kan worden gevergd dat zij voor het nemen van gezagsbeslissingen met de vader in overleg treedt. De moeder verblijft op een geheime locatie en heeft veel angst voor de vader. Zij krijgt behandeling voor de traumatische gebeurtenissen die zij heeft meegemaakt. De moeder heeft baat bij (emotionele en fysieke) veiligheid en rust. Dit is ook van belang voor de kinderen, zodat de moeder voldoende emotioneel beschikbaar voor hen kan zijn. Daarnaast is het feitelijk niet mogelijk om samen afspraken te maken over de kinderen. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de locatie van de moeder en de kinderen voor de vader bekend kan worden, bijvoorbeeld doordat toestemming voor een school of kinderopvang voor de kinderen moet worden gegeven. Dat de vader bereid is om de communicatie te laten verlopen via e-mail of een hulpverlener, neemt voornoemde risico’s naar het oordeel van de rechtbank niet weg. De vrees van de moeder dat er bij het voortduren van het gezamenlijk gezag risico’s zijn dat haar geheime adres bij de vader bekend wordt, is naar het oordeel van de rechtbank gegrond. Daarbij komt dat de moeder door de gedwongen verhuizing veel zaken voor de kinderen moet regelen. Door de toekenning van het eenhoofdig gezag wordt de moeder in staat gesteld de benodigde gezagsbeslissingen voortvarend te nemen.
6.17.
De rechtbank is verder van oordeel dat niet binnen afzienbare tijd voldoende verbetering te verwachten valt. Gelet op wat hiervoor is overwogen, kan niet van de moeder worden verwacht dat zij een ouderschapstraject met de vader aangaat. Gezien het veiligheidsrisico, de gevoelens van angst van de moeder voor de vader en de impact van de gebeurtenissen op de moeder doet dit ook onvoldoende recht aan de bescherming waarop de moeder als slachtoffer op grond van het Verdrag van Istanbul recht op heeft. Bovendien ziet de vader niet in welke invloed zijn gedrag heeft op het welzijn van de moeder en de kinderen. De stelling van de vader dat het een vrije keuze is van de moeder om niet te communiceren en elders te verblijven getuigt hiervan. De moeder, die jarenlang in [plaatsnaam] woonde, moet nu op een voor haar onbekende plek verblijven met niet alleen [kind 1] en [kind 2] , maar ook met haar twee andere kinderen, weg van haar familie en netwerk. De moeder en de kinderen zullen daar een nieuw leven moeten opbouwen, wat een grote impact op hen heeft. Zolang de vader de relatiebreuk niet accepteert, geen hulp/behandeling hiervoor zoekt waardoor hij handvatten krijgt om inzicht te krijgen in zijn gedrag en leert zijn emoties te reguleren, bestaat het risico dat hij terugvalt in oude patronen, waarbij de veiligheid van de moeder en de kinderen in het geding is.
6.18.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigen en wijst de rechtbank het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag toe.
Hoofdverblijfplaats
6.19.
Omdat de rechtbank het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag toewijst, heeft zij geen belang meer bij het vaststellen van de hoofdverblijfplaats van [kind 1] en [kind 2] bij haar. Dit verzoek wijst de rechtbank daarom af.
Omgangsregeling
6.20.
Omdat de rechtbank het gezamenlijk gezag van de ouders zal beëindigen en de moeder zal belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen, zal de rechtbank hieronder de term omgangsregeling gebruiken in plaats van zorgregeling.
6.21.
Op grond van artikel 1:377a Burgerlijk Wetboek heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. De rechter stelt op verzoek van de ouders of van een van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
6.22.
De rechter ontzegt het recht op omgang slechts, indien:
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind; of
de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang; of
het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken; of
omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
6.23.
Zoals hiervoor overwogen hebben de moeder, [kind 1] en [kind 2] veel meegemaakt de afgelopen periode. De moeder ondervindt spanning en stress als gevolg van de gedragingen van de vader, haar huidige woonsituatie en het feit dat zij met vier kinderen een nieuw leven moet opbouwen. De moeder, [kind 1] en [kind 2] hebben recht op veiligheid en rust, en recht op bescherming hiervan door de overheid en de rechter. Hoewel de rechtbank oog heeft voor het recht van de kinderen en de vader op omgang met elkaar en inziet dat het uitblijven van contact met een ouder (ook) schadelijk kan zijn voor de ontwikkeling van een kind, is zij van oordeel dat omgang in dit geval meer schade zou toebrengen gezien het hiervoor geschetste belang van de kinderen en hun moeder bij rust en veiligheid. De moeder is zeer angstig voor de vader en wordt op dit moment in haar draagkracht belemmerd. De moeder vreest dat als de vader omgang heeft met de kinderen, hij via de kinderen haar verblijfplaats weet te achterhalen. Zij is niet in staat om een (al dan niet beperkte) omgangsregeling met de vader aan te kunnen en daarvoor haar emotionele toestemming te verlenen. Wanneer de moeder verminderd belastbaar is ondervinden [kind 1] en [kind 2] hier direct de gevolgen van, zeker nu zij nog zo jong en afhankelijk van hun moeder zijn. Het is van belang dat de moeder de rust en ruimte krijgt voor hulpverlening om de gebeurtenissen een plek te geven. Hiermee zal de nodige tijd gemoeid zijn.
6.24.
Verder overweegt de rechtbank dat omgang tussen de vader en de kinderen een ingang creëert bij de vader tot informatie en/ of controle over moeder, waarbij de veiligheid van de moeder in het geding is. Hoe de omgang ook zal worden vormgegeven (qua locatie, begeleiding en regievoering), blijft het reële risico bestaan dat de vader erachter komt waar de moeder en de kinderen wonen. Gelet op de jonge leeftijd van de kinderen, [kind 2] is drie jaar en [kind 1] is bijna vijf jaar, kan niet voorkomen worden dat zij tijdens de omgang met de vader informatie geven over hun woonplaats, school of activiteiten, waardoor de vader in staat is hun verblijfplaats te achterhalen.
6.25.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de omgang met de vader ernstig nadeel zal opleveren voor de ontwikkeling van [kind 1] en [kind 2] , dan wel dat deze anderszins in strijd is met hun zwaarwegende belangen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek van de vader over de omgang af. Het verzoek van de moeder tot ontzegging van de omgang zal worden toegewezen.
6.26.
Het voorgaande betekent niet dat er nooit meer omgang kan zijn tussen de vader en de kinderen. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 27 februari 2009 [3] kan een ouder bij gewijzigde omstandigheden en in ieder geval na verloop van een jaar, zich opnieuw tot de rechter wenden om een omgangsregeling te doen vaststellen. De rechtbank verwacht van de vader dat hij de komende periode passende hulpverlening/behandeling aangaat om de relatiebreuk met de moeder een plek te geven en zijn emoties te leren reguleren. Daarnaast is het belangrijk dat de vader leert te reflecteren op zijn eigen gedrag en erkenning kan gaan geven voor de impact die zijn gedragingen op de moeder en de kinderen hebben gehad.
Informatieregeling
6.27.
Op grond van artikel 1:377b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek kan op verzoek van een ouder een informatie- en consultatieregeling worden vastgesteld. Het tweede lid bepaalt dat van het eerste lid kan worden afgeweken als het belang van het kind dat vereist.
6.28.
Het verzoek van de vader tot het vaststellen van een informatieregeling wijst de rechtbank deels toe. De rechtbank begrijpt de wens van de vader om op de hoogte te blijven van dat wat zich afspeelt rondom de kinderen. Wel moet, gelet op de huidige situatie, de veiligheid van de moeder en de kinderen worden gewaarborgd. Naar het oordeel van de rechtbank is dit mogelijk, bijvoorbeeld als de moeder de informatievoorziening door tussenkomst van een derde laat lopen, bijvoorbeeld via haar advocaat. Met betrekking tot de inhoud van de informatie kan de moeder volstaan met algemene informatie over de kinderen, zonder bijvoorbeeld te benoemen waar zij en/of de kinderen verblijven, waar de kinderen naar school gaan et cetera. De rechtbank zal bepalen dat de moeder eenmaal per kwartaal de vader informeert en eenmaal per half jaar een foto van [kind 1] en [kind 2] meestuurt. Deze frequentie vindt de rechtbank passend bij de belastbaarheid van de moeder en het recht van de vader op informatie over de kinderen.
6.29.
Wel vindt de rechtbank het van belang te benadrukken dat de communicatie vanuit de moeder eenzijdig is en blijft. Dit betekent dat de rechtbank bepaalt dat de moeder informatie stuurt aan de vader, maar dat de vader daarop niet mag reageren.
6.30.
De rechtbank zal aan de informatieregeling geen dwangsom verbinden zoals de vader verzoekt. De vader heeft dit verzoek niet toegelicht en de rechtbank ziet hiervoor geen aanleiding.
Uitvoerbaar bij voorraad
6.31.
De rechtbank verklaart de beslissingen over het gezag, de omgang en de informatieregeling uitvoerbaar bij voorraad.
Provisionele voorzieningen
6.32.
Omdat de rechtbank over alle onderwerpen al een beslissing heeft genomen in de bodemprocedure, hebben de ouders geen belang meer bij een te nemen voorlopige voorziening. De verzoeken die in dit kader zijn gedaan, wijst de rechtbank daarom af.

7.De beslissing

De rechtbank:
bodemprocedure
7.1.
beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders en bepaalt dat het gezag over de kinderen:
  • [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ;
  • [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wordt uitgeoefend door de moeder;
7.2.
ontzegt de vader het recht op omgang met [kind 1] en [kind 2] ;
7.3.
stelt vast als informatieregeling met betrekking tot [kind 1] en [kind 2] dat de moeder de vader met ingang van 1 juni 2026 eenmaal per kwartaal per e-mail informeert over de algemene ontwikkeling van de kinderen en eenmaal per half jaar een recente foto van de kinderen bijvoegt, en bepaalt dat de vader daarop niet mag reageren;
7.4.
verklaart de onder 7.1 tot en met 7.3 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
7.5.
wijst het meer of anders verzochte af;
Provisionele voorzieningen
7.6.
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Barrau, rechter, in tegenwoordigheid van
S.C. Dijksterhuis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.