ECLI:NL:RBGEL:2026:4447
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op bijstand en maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Eiseres heeft op 23 juli 2024 bijstand aangevraagd, maar het college stelde de ingangsdatum van het recht op bijstand vast op 5 augustus 2024 omdat zij tot die datum een vermogen boven de vermogensgrens had. Eiseres had een lening van haar grootouders van €7.500, die zij op 5 augustus 2024 terugbetaalde om onder de vermogensgrens te komen.
De rechtbank oordeelt dat de lening een schuld van vrijblijvende aard is, omdat de terugbetalingsverplichting niet concreet, objectief en verifieerbaar was vastgelegd. Hierdoor mocht het college het vermogen op 23 juli 2024 meewegen en de ingangsdatum op 5 augustus 2024 stellen.
Daarnaast legde het college een 100%-maatregel voor twee maanden op wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, omdat eiseres het vermogen bewust had verlaagd om eerder bijstand te ontvangen. De rechtbank wijst het verweer van eiseres dat haar autisme dit gedrag verklaart af, omdat zij zelf had onderzocht wat de voorwaarden waren en bewust handelde.
Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, het college handhaaft het besluit en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard; het recht op bijstand gaat in op 5 augustus 2024 en de 100%-maatregel is terecht opgelegd.