ECLI:NL:RBGEL:2026:521
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.S. Termaat
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last verwijderen zandlaag paardenbak wegens onuitvoerbaarheid en onduidelijkheid
In deze bestuursrechtelijke zaak stond een last onder dwangsom centraal die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe had opgelegd aan eiser vanwege niet-toegestaan gebruik en bebouwing van een perceel. De last bepaalde onder meer dat eiser de zandlaag in de paardenbak moest verwijderen. De rechtbank oordeelde in een eerdere tussenuitspraak dat deze last te verstrekkend en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel was.
Het college heeft vervolgens een herziene beslissing op bezwaar genomen waarin de last deels werd aangepast, maar de verplichting tot het verwijderen van de zandlaag bleef gehandhaafd. Eiser betoogde dat het verwijderen van de zandlaag feitelijk onmogelijk is omdat hij geen zand had aangebracht en het aanwezige zand inmiddels was ingezaaid met gras, waardoor het niet te onderscheiden is.
De rechtbank stelde vast dat het college niet had onderbouwd dat het verwijderen van het zand de enige manier was om de overtreding te beëindigen en dat de last daarom niet uitvoerbaar en onvoldoende duidelijk was. De last werd vernietigd, evenals het primaire besluit en de eerdere beslissing op bezwaar voor zover die betrekking hadden op de zandlaag. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de last tot verwijderen van de zandlaag in de paardenbak wegens onuitvoerbaarheid en onduidelijkheid en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.