Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[naam eiser in conventie 1] ,
2.
[naam eiser in conventie 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
tussende beide woningen is mandelig op grond van artikel 5:62 lid 2 BW Pro. Dit is ook niet tussen partijen in geschil. Partijen twisten wel over de vraag of deze mandeligheid zich ook uitstrekt tot de buitenmuur die in het verlengde van de mandelige (binnen)muur aan één zijde feitelijk de buitenmuur vormt van de woning van [de eiser in conventie] en aan de andere zijde aan de tuin van [de gedaagde in conventie] grenst. Omdat de muur op die plaats slechts aan één zijde bebouwd is, is deze op grond van artikel 5:62 BW Pro niet mandelig. Door (horizontale) natrekking is de muur voor zover deze als buitenmuur kan worden aangemerkt (volledig) eigendom van [de eiser in conventie] . Het verweer dat de houten wand aan een kant is bevestigd aan een mandelige muur, slaagt dus niet.