Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland
[derde-partij] B.V. uit [plaats 1]
(gemachtigde: mr. E.C.M. Thoonen).
Samenvatting
Procesverloop
21 december 2023 heeft het college het handhavingsverzoek afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is het college met een nadere motivering bij dat besluit gebleven.
Beoordeling door de rechtbank
- het opzettelijk verstoren en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis op grond van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb;
- het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de eekhoorn op grond van artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb; en
- het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de steenmarter op grond van artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb.
14 november 2023 verzocht om handhavend op te treden op grond van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb. Voor de kap van de bomen is namelijk geen natuuronderzoek uitgevoerd naar de vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in de te kappen bomen. Het door Tauw B.V. verrichte natuuronderzoek in 2018 is volgens eiseres ontoereikend, omdat dit onderzoek is verouderd en enkel ziet op verblijfplaatsen in de te slopen gebouwen. Ook stelt eiseres dat er een vleermuiskolonie van laatvliegers aanwezig is in de woning aan de [locatie] [nummer 2] en dat bij de kap essentiële foerageergebied en essentiële vliegroutes worden aangetast. Eiseres heeft het handhavingsverzoek op 7 december 2023 nog aangevuld met zorgen over de aantasting van het leefgebied van de eekhoorns en de (rans)uilen.