ECLI:NL:RBGEL:2026:5425

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
ARN 24/6441
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.5 WnbArt. 3.10 Wnb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij handhavingsverzoek kap bomen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van Gedeputeerde Staten Gelderland om niet handhavend op te treden tegen de kap van 200 bomen op een terrein waar een woonwijk wordt gerealiseerd. De kap vond plaats ondanks het ontbreken van recent natuuronderzoek naar vleermuizen en andere beschermde diersoorten. Het college wees het handhavingsverzoek af omdat geen overtreding was geconstateerd en het natuuronderzoek was geactualiseerd.

De rechtbank oordeelt dat eiseres geen procesbelang heeft bij haar beroep. De bomen zijn reeds gekapt en het terrein is bouwrijp gemaakt, waardoor de oude situatie niet kan worden hersteld. De herplantplicht is verbonden aan de verleende omgevingsvergunningen, en de vraag naar een grotere herplantplicht of verdere mitigerende maatregelen kan niet in deze procedure worden behandeld.

Daarnaast heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden door de kap. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat het niet inhoudelijk wordt behandeld. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug en ontvangt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/6441

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen
[eiseres], gevestigd in de gemeente Renkum , eiseres
en

het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland

(gemachtigden: M. van Gerwen en ing. T. Brouwer).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[derde-partij] B.V. uit [plaats 1]
(gemachtigde: mr. E.C.M. Thoonen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing door het college van het verzoek om handhavend op te treden tegen de kap van 200 bomen op grond van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Eiseres is het niet eens met de afwijzing.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat eiseres geen procesbelang heeft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een verzoek tot handhaving ingediend. Met het besluit van
21 december 2023 heeft het college het handhavingsverzoek afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is het college met een nadere motivering bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon A] namens eiseres, [persoon B] als adviseur van eiseres, de gemachtigden van het college, [persoon C] namens de derde-partij en de gemachtigde van de derde-partij.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. De derde-partij heeft op 1 juli 2021 een ontheffing aangevraagd voor de herontwikkeling van de voormalige zorginstelling aan de [locatie] [nummer 1] in [plaats 2] (het terrein). De derde-partij wil de bestaande bebouwing slopen en bomen kappen om een kleine woonwijk te realiseren. Op 2 augustus 2021 is onder voorwaarden een ontheffing verleend voor het volgende:
  • het opzettelijk verstoren en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis op grond van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb;
  • het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de eekhoorn op grond van artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb; en
  • het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de steenmarter op grond van artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb.
3.1.
Aan de derde-partij zijn bij besluiten van burgemeester en wethouders van Renkum van 7 februari 2022 en 27 juni 2022 omgevingsvergunningen verleend voor het kappen van in totaal 182 bomen op het terrein.
3.2.
Met de brief van 6 november 2023 zijn de omwonenden van het terrein geïnformeerd door de derde-partij dat, ter voorbereiding van de bouw van nieuwe woningen, 200 bomen worden gekapt. Bij de kap zal een ecoloog aanwezig zijn die erop toeziet dat het kappen gebeurt volgens de voorwaarden van de provincie. Als de woningen uiteindelijk gebouwd zijn, komen er nieuwe bomen voor terug.
3.3.
Naar aanleiding van de brief van de derde-partij heeft eiseres het college op
14 november 2023 verzocht om handhavend op te treden op grond van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb. Voor de kap van de bomen is namelijk geen natuuronderzoek uitgevoerd naar de vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in de te kappen bomen. Het door Tauw B.V. verrichte natuuronderzoek in 2018 is volgens eiseres ontoereikend, omdat dit onderzoek is verouderd en enkel ziet op verblijfplaatsen in de te slopen gebouwen. Ook stelt eiseres dat er een vleermuiskolonie van laatvliegers aanwezig is in de woning aan de [locatie] [nummer 2] en dat bij de kap essentiële foerageergebied en essentiële vliegroutes worden aangetast. Eiseres heeft het handhavingsverzoek op 7 december 2023 nog aangevuld met zorgen over de aantasting van het leefgebied van de eekhoorns en de (rans)uilen.
3.4.
Begin december 2023 zijn op het terrein 200 bomen gekapt, waaronder de bomen waarop de onder 3.1. genoemde omgevingsvergunningen betrekking hebben.
3.5.
Met het besluit van 23 december 2023 heeft het college het handhavingsverzoek van eiseres afgewezen, omdat er geen overtreding is geconstateerd. Het in 2018 verrichte onderzoek is geactualiseerd en dat bevestigt dat er geen verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van vleermuizen aanwezig zijn. Verder is één eekhoornnest gevonden in een van de gekapte bomen, maar daarvoor was een ontheffing verleend onder de voorwaarde dat het nest buiten de voortplantingsperiode zou worden verwijderd. Dit is ook gedaan volgens het ecologisch logboek. Verder is niet concreet gemaakt dat op de locatie een roestplek aanwezig is waar de ransuilen zich verzamelen.
3.6.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 december 2023. Met het bestreden besluit van 2 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is het college met een nadere motivering bij dat besluit gebleven.
Heeft eiseres nog procesbelang?
4. De bestuursrechter hoeft een bij hem ingediend beroep alleen inhoudelijk te beoordelen als de indiener van het beroep procesbelang heeft bij de uitkomst van de procedure. Er is sprake van procesbelang als het resultaat dat een indiener met het instellen van het beroep nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor hem feitelijk betekenis kan hebben. [1] Met andere woorden, de indiener moet een actueel en reëel belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. [2] Ook kan procesbelang worden aangenomen als sprake is van geleden schade door besluitvorming van een bestuursorgaan. Voorwaarde hiervoor is dat tot op zekere hoogte aannemelijk is gemaakt dat schade is geleden als gevolg van het besluit. [3]
4.1.
Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij procesbelang heeft bij haar beroep. De herontwikkeling van het terrein is nog steeds niet afgerond. Door de kap van de bomen is het terrein en de natuur beschadigd. Om dit te herstellen moet een grotere herplantplicht worden opgelegd dan is opgenomen in de omgevingsvergunningen. Verder wil eiseres ook voor toekomstige geschillen een rechtmatigheidsoordeel over de vraag of de bomen wel gekapt hadden mogen worden, gelet op de onvoldoende uitgevoerde ecologische onderzoeken. Daarnaast stelt eiseres schade te hebben geleden, omdat door de kap van de bomen de leefomgeving en het woongenot in de buurt [buurt] zijn aangetast en zij tot doel heeft om deze waarden te beschermen.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft bij de beoordeling van haar beroep. Tussen partijen is niet in geschil dat de bomen waarop het handhavingsverzoek ziet in december 2023 zijn gekapt. Het terrein is inmiddels bouwrijp gemaakt en ten tijde van de zitting was een aanvang gemaakt met het storten van funderingen. Daarmee zijn ook (mogelijke) rust-, verblijf- en voortplantingsplaatsen in de bomen verdwenen. De oude situatie is dan ook niet te herstellen. Verder hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum aan de voor het kappen van de bomen verleende omgevingsvergunningen een herplantplicht verbonden. De vraag of een andere of grotere herplantplicht had moeten worden opgelegd, is in deze procedure dan ook niet aan de orde. Deze vraag had ter discussie kunnen worden gesteld in een procedure tegen de verleende omgevingsvergunningen voor de kap van de bomen. [4] Ook de vraag of het college verdergaande mitigerende maatregelen had moeten treffen, kan in deze procedure geen rol spelen. Deze vraag had aan de orde kunnen worden gesteld in een procedure tegen de verleende ontheffing op grond van de Wnb. Verder heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden. De enkele stelling dat de leefomgeving en het woongenot in de buurt [buurt] zijn aangetast door de kap van de bomen, is daartoe onvoldoende.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep van eiseres niet inhoudelijk zal worden behandeld. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van
mr. L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4404.
2.Zie bijvoorbeeld ABRvS 9 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:703.
3.Zie bijvoorbeeld ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3358.
4.Tegen deze omgevingsvergunningen is ook geprocedeerd, zie rechtbank Gelderland 23 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11298.