Uitspraak
1.De procedure
- aanvullende stukken van [verweerder] van 4 juli 2026
Rechtbank Gelderland
De werknemer, sinds 1 januari 2025 in dienst als servicemedewerker, werd op 23 februari 2026 op staande voet ontslagen na een telefoongesprek waarin hij ernstige bedreigingen en grove beledigingen uitte richting de familie van de werkgever. De werkgever stelde dat dit gedrag het vertrouwen onherstelbaar had geschaad en een veilige werkomgeving onmogelijk maakte.
De werknemer betwistte het ontslag en vorderde onder meer vernietiging van het ontslag, doorbetaling van loon en toekenning van een transitievergoeding. De kantonrechter beoordeelde of het ontslag rechtsgeldig was gegeven op basis van een samengestelde dringende reden, waarbij de bedreigingen zelfstandig als dringende reden konden gelden.
De kantonrechter oordeelde dat de bedreigingen en verbale agressie ernstig en onacceptabel waren, waardoor het vertrouwen tussen partijen was verbroken. Het ontslag was onverwijld gegeven en de reden was direct en helder meegedeeld. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer konden niet leiden tot een andere uitkomst.
Daarom werd het ontslag op staande voet als rechtsgeldig beoordeeld, werden de verzoeken tot vernietiging van het ontslag en toekenning van een transitievergoeding afgewezen. Wel werd de arbeidsomvang van de werknemer vastgesteld op 103,3 uur per maand. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven wegens ernstige bedreigingen, waardoor geen transitievergoeding wordt toegekend.