ECLI:NL:RBGEL:2026:701

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
ARN 25_144
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3.10 Wmo 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verlaging maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp op grond van Wmo 2015

Eiseres, geboren in 1937, ontving een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden op grond van de Wmo 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Montferland heeft deze voorziening verlaagd van 330 minuten per week naar 295 minuten voor een afbouwperiode en vervolgens naar 260 minuten per week. Eiseres was het niet eens met deze verlaging en stelde beroep in.

De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld aan de hand van het HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 en het CIZ-protocol. Eiseres voerde aan dat de verlaging onvoldoende rekening hield met de omvang van haar woning, extra vervuiling, regievoering en de afwas. De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot herindicatie en dat het normenkader als uitgangspunt mag worden gebruikt.

De rechtbank verwierp de bezwaren van eiseres. De woningomvang werd passend gecompenseerd met extra minuten voor drie extra kamers, extra vervuiling was adequaat ingeschat op 30 minuten, regievoering werd niet als extra tijdsvereiste erkend en de afwas valt buiten de maatwerkvoorziening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/144

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. K. Wevers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland, het college
(gemachtigde: H.J.C. Jonkman).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college om de maatwerkvoorziening van eiseres voor hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) in de vorm van zorg in natura (ZIN) te verlagen. Daarbij is over de periode van 28 oktober 2024 tot en met 27 januari 2025 een maatwerkvoorziening toegekend voor 295 minuten per week en over de periode van 28 januari 2025 tot en met 27 januari 2028 voor 260 minuten per week. Eiseres is het niet eens met deze verlaging. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank deze verlaging.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college een juist besluit heeft genomen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
De uitspraak is als volgt opgebouwd. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4
.Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Met het besluit van 29 juli 2024 heeft het college aan eiseres over de periode van 28 oktober 2024 tot en met 27 januari 2025 een maatwerkvoorziening toegekend voor hulp bij het huishouden voor 295 minuten per week en over de periode van 28 januari 2025 tot en met 27 januari 2028 voor 260 minuten per week. Met het bestreden besluit van 5 december 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het college deelgenomen. Eiseres en de gemachtigde van eiseres hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres, geboren in 1937, woont alleen in een eengezinswoning. Zij heeft verschillende gezondheidsklachten, waardoor zij het huishoudelijke werk niet meer volledig zelf kan doen. Het college heeft eiseres daarom eerder een indicatie voor hulp bij het huishouden toegekend van 330 minuten per week in de vorm van ZIN. Dit was inclusief de wasverzorging. Dit is gebaseerd op het CIZ-protocol. [1]
3.1.
In 2023 heeft het college eiseres laten weten dat zij de hulp bij het huishouden op een andere manier gaat beoordelen. Dit betekent dat het college de situatie van eiseres opnieuw wil bekijken en volgens de nieuwe richtlijn een indicatie wil vaststellen.
3.2.
In het kader van deze herindicatie hebben consulenten van de gemeente op 19 juni 2024 een keukentafelgesprek gehouden met eiseres en haar dochter. Het verslag daarvan is opgenomen in het ondersteuningsplan.
3.3.
Vervolgens heeft de besluitvorming plaatsgevonden zoals vermeld onder 2. Het college heeft aan eiseres over de periode van 28 januari 2025 tot en met 27 januari 2028 hulp bij het huishouden toegekend voor 260 minuten per week. Over de periode van 28 oktober 2024 tot en met 27 januari 2025 geldt een afbouwperiode van 295 minuten per week. De maatwerkvoorziening van 260 minuten bestaat uit 170 minuten voor het resultaatgebied ‘een schoon en leefbaar huis’ (125 minuten basisvoorziening, 30 minuten vanwege extra vervuiling en vijftien minuten voor de drie extra kamers die niet als slaapkamer worden gebruikt) en 90 minuten voor het resultaatgebied ‘wasverzorging’ (60 minuten voor de was voor een eenpersoonshuishouden en 30 minuten voor de extra was per week als gevolg van de beperkingen of belemmeringen van eiseres). Het college heeft deze indicatie onder meer gebaseerd op de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2023 (Beleidsregels), met name Hoofdstuk 6 en Bijlage 4. Uit de Beleidsregels volgt dat het college bij het bepalen van (de hoogte van) de indicatie voor hulp bij het huishouden, voor wat betreft het resultaatgebied ‘een schoon en leefbaar huis’ gebruik maakt van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 van bureau HHM (HHM Normenkader 2019). Voor het resultaatgebied ‘wasverzorging’ wordt gebruik gemaakt van het CIZ-protocol.
Schoon en leefbaar huis
4. Eiseres stelt dat het college te weinig tijd heeft verstrekt voor het resultaatgebied ‘een schoon en leefbaar huis’. Door het gebruik van het HHM Normenkader 2019 heeft het college de realiteit uit het oog heeft verloren. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd, waarom dezelfde taken in meer dan een uur minder tijd uitgevoerd kunnen worden. Het college had daarom extra minuten moeten toekennen voor de omvang van de woning, de extra vervuiling en de regievoering.
4.1.
De rechtbank overweegt allereerst dat het college op grond van artikel 2.3.10, eerste lid, van de Wmo 2015 bevoegd is, om op grond van gewijzigd beleid een maatwerkvoorziening te herindiceren. [2] Verder heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) al meerdere keren geoordeeld, dat het HHM Normenkader 2019, voor zover dat ziet op het resultaat schoon en leefbaar huis, zowel ten aanzien van de in het normenkader opgenomen basismodule als ten aanzien van de verschillende invloedsfactoren voor meer of minder inzet, mag worden gebruikt als uitgangspunt bij het bepalen van de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp. [3]
Omvang van de woning
4.2.
Eiseres stelt dat het college vijftien minuten extra tijd had moeten toekennen, vanwege de omvang van haar woning. De basismodule van het HHM Normenkader 2019 is namelijk onvoldoende, omdat de woonoppervlakte van haar woning 120 m2 is, terwijl de gemiddelde woonoppervlakte van een eenpersoonswoning in Utrecht, waar de basismodule op is gebaseerd, aanzienlijk kleiner is. Namelijk 68,89 m2. Gelet op dit grote verschil is de basismodule niet passend en moet meer tijd worden toegekend.
4.3.
Dit betoog slaagt niet. Het HHM Normenkader 2019 voorziet in een basismodule in uren/minuten per jaar voor het resultaat schoon en leefbaar huis. Bureau HHM heeft de normtijden in het HHM Normenkader 2019 gebaseerd op een bundeling van verschillende onderzoeken naar nieuwe actuele maatstaven voor huishoudelijke hulp die in de voorliggende jaren zijn uitgevoerd voor verschillenden gemeenten. Het HHM Normenkader 2019 is dus niet alleen gebaseerd op de gemiddelde omvang van een woning in Utrecht. In het HHM Normenkader 2019 staan verschillende invloedsfactoren benoemd, die maken dat inzet van meer of minder ondersteuningstijd nodig is. [4] Een grotere woning kan, maar hoeft niet zonder meer meer inzet te vragen. Het college is uitgegaan van de basis-cliëntsituatie, die volgt uit het HHM Normenkader 2019. Het normenkader gaat uit van een woning met een hal, woonkamer, keuken, badkamer met toilet, indien aanwezig een tweede toilet en een slaapkamer. Vervolgens heeft het college, overeenkomstig het HHM Normenkader 2019, voor de drie extra kamers in het huis van eiseres vijf minuten per kamer per week extra toegekend. Eiseres heeft geen onderbouwing gegeven waaruit blijkt dat, gelet op de omvang van haar woning, (nog) meer tijd moet worden toegekend.
Extra vervuiling
4.4.
Eiseres stelt dat 60 minuten toegekend hadden moeten worden, vanwege de extra vervuiling, in plaats van 30 minuten. Normaal gesproken zou de huishoudelijke hulp, gelet op haar beperkingen twee keer langskomen, maar omdat dit te belastend en uitputtend is voor eiseres, is ervoor gekozen om het tweede zorgmoment aansluitend op het eerste zorgmoment te verzilveren. De tijd die hier normaal gesproken voor staat, is echter nog steeds hard nodig voor de reguliere taken en het extra schoonmaken. Eiseres vindt het gemeen dat, omdat zij twee zorgmomenten per week niet aankan, zij feitelijk gekort wordt op de tijd, waar zij anders recht op zou hebben gehad.
4.5.
Dit betoog slaagt niet. Uit bijlage 1 van het HHM Normenkader 2019 volgt dat enige extra inzet of veel extra inzet (30 of 60 minuten) moeten worden geïndiceerd, als sprake is van beperkingen of belemmeringen van de cliënt, die maken dat extra goed of extra vaak moet worden schoongemaakt. Tot 30 minuten extra inzet is vooral aan de orde als uitbreiding op het ene bezoek per week van de hulp. Tot 60 minuten als een tweede werkmoment van de hulp nodig is.
Uit het ondersteuningsplan volgt dat 30 minuten extra tijd is toegekend, omdat door de incontinentieproblematiek extra vervuiling op het toilet ontstaat en omdat spullen altijd precies op dezelfde plek moeten worden teruggezet. Dat eiseres er ook voor had kunnen kiezen om haar indicatie over twee momenten te verspreiden, betekent niet dat er automatisch 60 minuten extra tijd toegekend had moeten worden. Eiseres heeft namelijk bewust gekozen voor één zorgmoment en heeft niet aannemelijk gemaakt, dat 30 minuten extra per week onvoldoende is om binnen dit ene zorgmoment de extra schoonmaaktaken uit te voeren.
Regievoering
5. Eiseres stelt zich verder op het standpunt dat het college 30 minuten extra had moeten toekennen voor regievoering. Uit het ondersteuningsplan volgt namelijk dat geen sprake is van regievoering en dat de hulp zelfstandig werkt. Dit is de essentie van overname van de regievoering. Ook is overname van de regievoering nodig, vanwege het slechte zicht van eiseres. Dit met het oog op bijvoorbeeld de houdbaarheid van producten in de koelkast en het nalopen van waar eiseres geknoeid heeft. De regievoering wordt bovendien niet overgenomen door iemand uit het netwerk van eiseres.
5.1.
Dit betoog slaagt niet. Uit Bijlage 1 van het HHM Normenkader 2019 volgt dat van hulpen mag worden verwacht, dat zij zelfstandig hun werkzaamheden kunnen plannen. Het gegeven dat een cliënt de hulp niet kan instrueren, betekent dus niet automatisch inzet van extra ondersteuningstijd. In bijlage 4 onder 4 van de Beleidsregels staat dat het voeren van regie bijvoorbeeld gaat over het inspecteren van producten in de koelkast en dat indien nodig daarvoor extra tijd kan worden geïndiceerd.
Het enkele feit dat de hulp van eiseres zelfstandig werkt, betekent dus niet dat het college extra tijd had moeten toekennen voor regievoering. Bovendien volgt uit het ondersteuningsplan dat voor eiseres samenwerking met de huishoudelijke hulp erg belangrijk is en dat eiseres en de huishoudelijke hulp samen regie voeren. De rechtbank is het verder met het college eens dat de gestelde benodigde controle op houdbaarheid van producten in de koelkast in tegenspraak is met het feit dat eiseres nog wel (met bril) auto kan rijden. Het college heeft daarom geen extra minuten hoeven toe te kennen voor het voeren van regie.
Tijd voor afwas
6. Eiseres stelt tot slot dat het college extra tijd had moeten toekennen voor de afwas. De afwas valt namelijk buiten het resultaatgebied ‘een schoon en leefbaar huis’.
6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit het ondersteuningsplan volgt dat eiseres zelf of met haar dochter kookt, en dat eiseres de afwas zelf doet. Het college heeft daarom geen extra tijd hoeven toe te kennen voor het doen van de afwas.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in aanwezigheid van
mr. V. Bouman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Het Protocol Indicatiestelling voor Huishoudelijke Verzorging van het Centrum Indicatiestelling Zorg.
2.Zie bv. 19 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4115 en 3 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1003.
3.Zie bv. de uitspraak van de CRvB van 13 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2470.
4.HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019, p. 19-22.